Riaskoff Concert Management - impresariaat voor klassieke musici / artist management company representing classical musicians www.concertgebouw.nl serie Meesterpianisten 2009-2010 – 14 piano-recitals – Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam
Jonathan Biss - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam [openingsconcert 24e seizoen]
Mitsuko Uchida - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Yevgeny Sudbin - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
David Fray - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Evgeny Koroliov - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Jean-Yves Thibaudet - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
András Schiff - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Alexander Gavrylyuk - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Grigory Sokolov - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Maria João Pires - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Radu Lupu - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Jorge Luis Prats - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Evgeny Kissin - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam
Aldo Ciccolini - piano recital - Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam

serie Meesterpianisten
Riaskoff Concert Management
Concertgebouwplein 15
NL-1071 LL  Amsterdam
t +31(20) 664 53 53
f +31(20) 671 51 06

 
 

Pace: 'Virtuoos betreedt domein der duisternis'

Enrico Pace (foto: Marco Borggreve)

vr 24 apr '09 Zondagavond 19 april gaf de Italiaanse meesterpianist Enrico Pace een solo-recital in de serie Meesterpianisten. Pace speelde werken van Schumann, Mendelssohn-Bartholdy, Brahms en Liszt en gaf toegiften van Mendelssohn en Gluck.

Voor pauze stonden de zelden integraal uitgevoerde '8 Noveletten, op. 21' van Robert Schumann op het programma. Na de pauze speelde Enrico Pace de 'Fantasia in fis kl.t., op. 28 (Sonate écossaise)' van Felix Mendelssohn-Bartholdy, '6 Klavierstücke, op. 118' van Johannes Brahms en de 'Légende nr. 2: St. François de Paule marchant sur les flots' van Franz Liszt.

Enrico Pace besloot zijn recital met twee toegiften: het 'Lied ohne Worte, op. 62 nr. 6 (Frühlingslied)' van Mendelssohn en de 'Mélodie' uit Orfeo & Euridice van Gluck in de bewerking van Friedman.

Het recital van Enrico Pace is niet voor radio-uitzending opgenomen.

Uit de pers:
Een selectie citaten uit recensies van het recital van Enrico Pace:

De Volkskrant – dinsdag 21 april 2009
Virtuoos betreedt het domein der duisternis

Spichtige virtuoos gaat de diepte in met werken van Schumann en Brahms.

Het kan soms de moeite waard zijn je af te vragen of een recitalpianist een symbolische bedoeling heeft met zijn toegiften. De kunst van het encore staat voor opluchting, vertraagd afscheid en een zekere vorm van gezelligheid. Maar toegiften vormen ook de laatste noten die blijven hangen. Ze kunnen de luisteraar lang achtervolgen.

Het was geen grootse daad van Enrico Pace, dat hij in de Amsterdamse serie Meesterpianisten, na een formidabele rit over de golven in Liszts Franciscuslegende nr 2, een paar popi uitvallende toegiften debiteerde. Maar de tweede was dan ook de ‘dans van de Gelukkige Zielen’ uit Glucks opera Orfeo. Eerlijk is eerlijk, aan het geluk van de tweeduizend man/vrouw in de Grote Zaal ontbrak zondag weinig.

Pace heeft iets speciaals met Nederland.
Toen hij voor het eerst de artiesteningang van het Utrechtse Vredenburg binnenwandelde, werd hij in de kraag gegrepen door een portier, die dacht dat een junk uit Hoog Catharijne naar binnenglipte. Kort daarop werd de spichtige virtuoos winnaar van het Liszt Concours 1989. Er zijn weinig centra waar Pace sindsdien niet optrad, met orkest of als participant in allerlei kamermuziekcombinaties.

Maar gaat het om Paces recitalcarrière, dan vormt Nederland, met (een beetje) Italië en Duitsland, nog steeds het zwaartepunt.

Intussen heeft Paces kunstenaarschap zich aanzienlijk verdiept. Pace, vroeger vooral een man van de geestige tournure, de kokette brille, van de overrompelende pianistische geweldpleging met happy end, weet inmiddels ook hoe hij domeinen van duisternis moet betreden. En hoe je muzikale afgronden verkent. Vermoedelijk hebben juist zijn avonturen in het kamerrepertoire, zoals met de violist Frank Peter Zimmermann, die capaciteit versterkt.

De aankondiging dat Pace terug zou keren in de Grote Zaal – tot nu toe het centrale tempelgewelf in zijn recitalcarrière – wekte dan ook nieuwsgierigheid.

De aankondiging van Schumanns Novelletten intrigeerde. Het is een van Schumanns meest ambitieuze bundels, acht delen lang; bij elkaar drie kwartier muziek. Het is ook een omstreden bundel. Na drie markante, bespiegelende, razend gepassioneerde en adembenemend ‘modern’ geharmoniseerde delen lijkt Schumanns inspiratie op, herhalen patronen zich eindeloos, en komen ‘gevatte’ virtuozen zoals Pace als geroepen, om daar fijn overheen te spelen.

Niets voor Pace, kennelijk. Hij wist ook uit de meest hermetische bladzijden diepe, soms bijna platonisch gedistantieerde muziek te peuren. Alsof hij – wat even later pas werkelijkheid werd – de Klavierstücke opus 118 van Brahms onder handen had. Het geluk kon bijna niet op, want bij de razende carrousels en pirouettes van Mendelssohns Sonate écossaise besloot Pace alles twee keer zo snel en geraffineerd te doen als een ander, en in klinkende lucht op te lossen.
(Recensente: Roland de Beer)

Trouw – dinsdag 21 april 2009
Enrico Pace beheerst zowel Liszt als Brahms

Het 19de-eeuwse muziekleven in Duitsland kende twee stromingen die elkaars tegenpolen waren: de progressieve ’toekomstmuziek’ van Liszt en Wagner, en de conservatieve ’Leipziger’ school, met boegbeelden Mendelssohn, Schumann en Brahms. Hoewel hedendaagse musici geacht worden alle stijlen te beheersen, is het toch vaak zo dat Lisztspecialisten geen ideale Brahms-vertolkers zijn en omgekeerd.

Pianist Enrico Pace (winnaar Lisztconcours 1989) komt onmiskenbaar uit het Liszt-kamp. Opmerkelijk was dat hij op zijn recital zondag in het Concertgebouw slechts één werk van Liszt speelde in een programma met verder uitsluitend werken uit de ’Leipziger’ school.

Afgezien van een ongelukkige misslag in Liszts ’St. François de Paule marchant sur les flots’ speelde hij dit werk als vanouds: met veel elan, een grootse climax en helder gearticuleerde golfbewegingen in de linkerhand, die de gewijde melodie van de Heilige Franciscus van Paola ’dragen’. Maar in Brahms wist hij minstens zo sterk te boeien. Het was een genot te horen hoe hij in diens 6 Klavierstücke opus 118 met grote toewijding en verfijning, vaak in een fluisterzacht pianissimo, diepe muzikale lagen wist bloot te leggen. Vooral het zesde Intermezzo kreeg een bijzondere uitdrukkingskracht.

Deze Brahms-stukken sloten prachtig aan bij de geheimzinnige wereld van de Fantasia in f, opus 28 van Felix Mendelssohn, die Pace er direct voorafgaand aan had gespeeld. Dit aparte werk, ook wel ’Schotse Sonate’ genaamd, wordt gekenmerkt door bijna onaards klinkende arpeggio’s in het openingsdeel en zeer snel passagewerk in de finale. Het siert Pace dat hij deze nogal onbekende muziek in het Mendelssohn-jaar een prominente plaats in zijn programma had gegeven.

Ook in de eerste programmahelft speelde Pace op meesterpianistenniveau, maar toch wist hij in de ’Noveletten’ van Schumann nog niet zo te boeien als in de werken die hij na de pauze speelde. Vermoedelijk lag dat meer aan Schumann dan aan Pace. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de ’Papillons’ of ’Kreisleriana’ heeft Schumann de ’Noveletten’ niet zo zeer als een cyclus geconcipieerd die als één doorgaand werk moet worden uitgevoerd. Pianisten spelen dit opus zelden intergraal op het concertpodium, wat niet alleen aan de grote technische moeilijkheid ligt, maar tevens aan het feit dat door de opeenvolging van zeer snelle en briljante stukken de luisteraar te veel geprikkeld wordt.

Die overdaad schaadt, ook in Pace’s overigens technisch zeer gave en fantasievolle uitvoering. Bijzonder fraai waren enkele expressieve en schetsmatig gespeelde frases. Toch kwam niet alles uit de verf: terwijl Pace als Liszt-speler zo markant en geestig kan spelen, liet hij, waar Schumann om een vertolking ’mit vielem Humor’ vraagt, kansen liggen.
(Recensent: Christo Lelie)

 
 
 

Laatste nieuws:

1 jul Pianowonder haalt Schumann uit schaduw
25 jun "Von Eckardstein toont zich groot virtuoos"
20 jun "Pollini danst jong en lenig met Chopin"
21 mei Pollini: Preludes op. 28 voor Etudes op. 25
13 mei "Pianist Blechacz toont zijn spelvreugde"
 » compleet nieuwsoverzicht
 

Zoek op componist
Ik wil naar een recital met werk van:

Bijv. Schubert of Chopin

Laatste toegiften:
zo 20 juni 2010
Arcadi Volodos »

AVRO Klassiek
Een deel van de recitals wordt door de AVRO opgenomen en uitgezonden op radio 4
Alle opgenomen recitals zijn na uitzending nog enige tijd on-line te beluisteren.

Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam
Met uw abonnement of losse kaart voor de serie Meesterpianisten maakt u vanaf 3 uur voor aanvang van het recital gratis gebruik van bus, tram en metro van het GVB.

Volvo Cars Nederland zorgt voor het exclusieve, betrouwbare en meesterlijke vervoer van de serie Meesterpianisten
Volvo Cars Nederland zorgt voor het exclusieve, betrouwbare en meesterlijke vervoer van de serie Meesterpianisten

Vind alle programma's van de recitals in de serie Meesterpianisten op Bachtrack

www.iamsterdam.com


 

© 2003-2010 serie Meesterpianisten | Riaskoff Concert Management
Concertgebouwplein 15 – NL-1071 LL Amsterdam