Alexander Romanovsky (34) levert topprestatie in serie Meesterpianisten

Alexander Romanovsky (34) levert topprestatie in serie Meesterpianisten

door Wenneke Savenije, de Nieuwe Muze, 11 oktober 2018 

In 2011 speelde Alexander Romanovsky, die al op zijn 17e winnaar werd van de Ferruccio Busoni Intenational Piano Competition in Bolzano, het openingsconcert van het 25-jarige jubileum van de serie Meesterpianisten. Hij debuteerde met Haydns Sonate in Es, de 28 Variaties op een thema van Paganini van Brahms en Rachmaninoffs Etudes Tableaux. De Volkskrant kopte: ‘De Oekraïense pianist Romanovsky staat garant voor spierballenkunst.’

De jonge pianist, die al vanaf zijn dertiende in Italië woonde om te studeren bij Leonid Margarius aan de Piano Academy in Imola, werd een beetje vooringenomen afgerekend op zijn toen al spectaculaire pianotechnische vaardigheden. Wie uit Rusland komt moet wel ‘Russisch’ spelen, leek de achterliggende gedachte.

Vijf jaar later dook Romanovsky opnieuw in Riaskoffs serie op tijdens het feestconcert ter ere van het 30-jarige jubileum met een verdroomde vertolking van het Andante cantabile uit Tsjaikofsky’s Dumka op. 59 waarbij hij, zo schreef ikzelf destijds, …’ af en toe zelfs op de pianotoetsen vibreerde om de melodieën een ziel mee te geven.’ Hier klonk een pianist met innerlijke noblesse en grote poëtische gaven, die zich verre hield van virtuoos effectbejag.

Afgelopen zondag maakte Romanovsky voor de derde keer zijn opwachting in de Serie Meesterpianisten met een recitalprogramma dat van heldenmoed getuigt: voor de pauze alle 24 Etudes uit Boek I en Boek II van Chopin, na de pauze de Sonate van Liszt. Regelmatig speelt een pianist Chopins 12 Etudes op. 10 of juist de 12 Etudes op. 25, gecombineerd met een ander werk. Maar alle etudes op één avond is een unicum. Alleen Pollini speelde ze op zijn 15e allemaal achter elkaar in Milaan. Jaren later deed de 13-jarige Lang Lang hetzelfde in Bejing. Maar dat is het wel zo ongeveer.

Chopins 24 Etudes stellen niet alleen bijna onmogelijk hoge technische eisen, het zijn ook stuk voor stuk muzikale juweeltjes. De pianist die deze soms bijna onspeelbare Etudes als complete cyclus te lijf gaat, moet niet alleen buitengewoon behendig en vingervlug zijn, maar ook de poëtische schoonheid ervan zien op te diepen uit de tornado’s aan woeste ritmes, parelende notencascades, expressieve akkoordopeenvolgingen, ruisende octaven, syncopische ritmes, melancholieke melodieën en golvende arpeggio’s. Dat vergt subtiele en genuanceerde fraseringen, een verfijnd toucher, een elegant pedaalgebruik, een nobele ziel, een romantisch hart vol Weltschmerz en verlangen, en een kleurrijke verbeeldingskracht.

Romanovsky, wiens gezicht de fijnzinnige uitdrukking heeft van de jonge Mendelssohn, daalde rustig en onverschrokken de lange rode trappen af en zette zich aan de Steinway. Hij haalde diep adem, keek heel even hemelwaarts om de muzen of misschien wel de geest van Chopin aan te roepen en viel moedig aan op de wijde intervallen-problematiek van Etude nr. 1, bijgenaamd ‘Waterval’. Eerst nog een beetje geremd door zijn verlangen naar perfectie, maar meteen al markant en glashelder, met het soort muzikaliteit dat je alleen maar als integer kan beschrijven. Tijdens de lichtvoetig parelende chromatiek van de Etude nr. 2 kwam Romanovsky al op stoom, waarna Chopins geniale noten openbloeiden op de intens melancholieke lyriek van Etude nr. 3, die Romanovsky intensifeerde tot peilloze droefenis.

En zo ging hij verder, in een fantastische afwisseling van razend snelle en gematigde tempi, zonder muzikaal verstoord te raken door de specifieke technische problematiek van elke Etude afzonderlijk. Heroïsche passages werden afgewisseld met ontwapenend tedere lyriek. Door zijn holistische benadering van de partituur, reeg Romanovsky alle noten in onderlinge samenhang aaneen, in een vrije en voorwaartse beweging, die even natuurlijk overkwam als het naadloos uitdijende en weer inkrimpende vluchtpatroon van een zwerm spreeuwen. Als een hoofse ridder ging hij in horizontale en verticale richting op zoek naar de heilige graal, waarbij hij zich niet op de instrumentale perfectie concentreerde, maar juist op de magische essentie. Overduidelijk buitengewoon goed voorbereid liet Romanovsky zich als een geboren romanticus meeslepen door de muziek, waardoor hij op zijn beurt het publiek in vervoering bracht. Sporadische slordigheidsfoutjes verdampten in het niets, door de grandeur waarmee Romanovsky recht probeerde te doen aan alle facetten van Chopins muziek. Hij slaagde erin de 24 Etudes, om Mendelssohn te citeren, als vuurwerk ‘uit de vleugel te laten spatten.’

Na de pauze nam Romanovsky het publiek tijdens zijn verpletterende vertolking van de Sonate in b van Liszt op sleeptouw in een Faustiaans drama over leven en dood, goed en kwaad, hemel en hel. De duivel manifesteerde zich in soms wel heel erg harde fortissimo’s, die de vleugel deden kreunen en kraken. Maar er waren ook momenten van hemelse lyriek, die al snel weer verdreven werden door roffelende geluiden uit de hel. Het was allemaal een beetje extreem, maar Romanovsky’s gepassioneerde Liszt-epos verveelde geen seconde.
Wat een meesterzet om na alle tumult als eerste toegift de Prelude in b van Bach/Silotti te spelen, in schitterende dynamische schakeringen, met een engelachtig mooie klank en een verfijnd toucher. Er volgden nog twee geraffineerd en virtuoos gespeelde Etudes van Liszt.

http://www.alexanderromanovsky.com

2018-10-12T10:40:15+00:00

This website uses cookies to improve your experience. We’ll assume you’re ok with this, but you can opt-out if you wish. Read our privacy statement here.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close