Arcadi Volodos op de vlucht voor ‘noise’

Arcadi Volodos op de vlucht voor ‘noise’

door Wenneke Savenije, De Nieuwe Muze, 19 december 2018 STERREN VOOR MEESTERPIANIST

In 1995 maakte Arcadi Volodos (1972), zonder twijfel een van de meest begaafde pianisten van deze tijd, voor de eerste keer een verpletterende indruk op Marco Riaskoff. Moeiteloos liet de jonge Rus de Flight of the Bumblebee door de zaal razen, van origine een ‘orkestraal intermezzo’ uit de opera Het leven van de tsaar van Rimsky-Korsakoff, uitgevoerd in een duizelingwekkend virtuoze transcriptie van Cziffra. Met zijn kleine handen bleek de gezette Volodos – zoon van twee zangers uit St Petersburg en pas op zijn 16e serieus begonnen met pianospelen, eerst als student aan het Moskous Conservatorium, en later bij Jacques Rouvier in Parijs en Dimitri Bashkirov in Madrid – een geboren pianovirtuoos, die zonder zichtbare technische obstakels of emotionele blokkades in razendsnelle tempi en in schitterende klankkeuren complete tornado’s aan onspeelbare notencascades soepeltjes kon bedwingen.

Maar al snel werd duidelijk dat Volodos nog veel méér in huis had. Om met Thomas Frost, de voormalige Sony Classical-producer van Vladimir Horowitz te spreken: ‘Volodos heeft alles: verbeelding, kleur, passie en een fenomenale techniek om zijn ideeën tot uitdrukking te brengen.’ Riaskoff kwam al in 1995 tot dezelfde conclusie en nodigt Volodos sindsdien met grote regelmaat uit om recitals in zijn Serie Meesterpianisten te komen geven, en soms ook om last minute in te vallen voor ziek geworden collega’s, zoals in juni 2018 Murray Perahia.

Manifesteerde Voldos zich aanvankelijk graag met onspeelbare pianotranscripties en virtuoze muziek van componisten als Liszt en Rachmaninoff, zo’n vijf jaar geleden gooide hij het roer om met zijn veelgeprezen opname van de verstilde muziek van Federico Mompou (Sony Classical 88765 433262). Volodos, inmiddels getrouwd en vader van een dochtertje, ging in de omgeving van Madrid op het platteland wonen, reduceerde zijn concerten tot hooguit 40 per jaar en keerde het dolgedraaide muziekbedrijf in zoverre de rug toe, dat hij zich niet meer laat verleiden tot een stressvol ‘stardom’ en opervlakkig muzikaal klatergoud. Dat leek, zeker vanuit hemzelf gedacht, een sympathieke, dappere en wijze beslissing.

In de jaren die volgden bleek de behoefte van Volodos om de muziek terug te dringen tot haar metafysische essentie zo groot, dat de pianist keer op keer in bijvoorbeeld werken van Schubert of Brahms op zoek ging naar de verste uithoeken van de bijna-stilte, het ‘zijn’ in zijn meest verinnerlijkte en ‘vergeestelijkte’ hoedanigheid, in een niet aflatende poging zo teder mogelijk en in veelal fluisterzachte pianissimo’s juist dat mysterieuze en onwereldse domein te verklanken, waaruit creativiteit opborrelt en waaruit alle muziek uiteindelijk geboren wordt, óók de virtuoze, om er uiteindelijk weer in weg te ebben, als een metafoor voor het leven en de dood. Allemaal zaken die veeleer het hart (zo niet de ziel) aanspreken dan het verstand.

En zo vond een artistieke metamorfose plaats die nog steeds voorduurt: de eens zo snelle en virtuoze ‘notenverslinder’ Volodos is getransformeerd tot een soort muzikale goeroe, die wil uitdragen dat muziek om rust, eenvoud, poëzie, zelfinzicht en zelfinkeer vraagt en dat het uiteindelijk allemaal om de stilte en de verstilling begonnen is. En daarin gaat Volodos, zo bleek afgelopen zondag in de Grote Zaal van het Concertgebouw, soms heel ver. Op het programma stonden naast de sereen en lichtvoetig verklankte vroege Sonate in E, D 157 van Schubert voornamelijk langzame, intiem vertolkte ‘juweeltjes’ van Schubert – 6 Moments musicaux, op. 94 D 780-, wat turbulentere kleinoden van Rachmaninoff – drie Preludes (in cis, op. 3 nr.2, in Ges, op. 23 nr. 10 en in b, op. 32 nr. 10, Romance op. 21 nr. 7, Serenade in bes op. 3 nr. 5 en Etude-Tableau in c, op. 33 nr. 3 – en de klinkende metafysica van Skrjabin, van wie Volodos met diepzinnige toewijding, subtiele elegantie, technische finesse en een fascinerend meesterschap in evocatieve klankkleuren de Mazurka in e, op. 25 nr. 3, Caresse dansée op. 57 nr. 2, Enigme, op. 52 nr. 2, Flammes sombres, op. 73 nr. 2, Guirlandes, op. 73 nr. 1 en Vers la Flamme: Poeme op. 72 vertolkte.

Sommige luisteraars raakten in trance door de vervoerende klanken waarmee Volodos zijn publiek wilde ontstressen en bedwelmen, maar er waren ook bezoekers die er ‘een beetje iebel’ van werden of het gevoel hadden gekregen dat Volodos wel heel erg zwaar op de hand was. Mijzelf stoorde van tijd tot tijd het extreem uit elkaar trekken van de ritmische en dynamische structuur van de muziek, al gold dat dan weer niet voor alle uitgevoerde werken in gelijke mate. Met name bij Skrjabin deed de benadering van Volodos wonderen om de muziek tot de verbeelding te laten spreken. Desondanks begon ik gaandeweg te snakken naar Bach of Scarlatti, bij voorkeur gespeeld in de strakke tempi van een pianist als wijlen Michelangeli. In plaats daarvan volgden er nog vier fijnzinnig gespeelde toegiften van Schubert, Mompou, Brahms en Skrjabin. Maar hoe de artistieke en spirituele vlag er voor deze bijzondere pianist ook bijhangt, duidelijk is dat Volodos in al zijn stemmingen en transformaties een groot pianist en een integer en bevlogen musicus is, die zijn publiek altijd zal weten te raken en ontroeren.

 

 

 

2018-12-20T17:44:27+00:00

Deze website maakt gebruik van cookies. Zo kunnen we content op maat aanbieden en de effectiviteit verder verbeteren. Lees onze privacy verklaring hier.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close