door Erik Voermans, Het Parool, 16 december 2019 

Tsujii maakte minder mis­slagen dan alle ziende collega’s in de serie Meesterpianisten van dit seizoen bij elkaar. Ongebruikelijk was ook dat er op het podium van het uitpuilende Concertgebouw heel veel extra stoelen waren neergezet om in de belangstelling te kunnen voorzien. Misschien kwam dit door het grote contingent Japanners dat op dit debuut was afgekomen. Nobuyuki Tsujii is dan ook wat je met recht ‘een fenomeen’ mag noemen. In 2009 won hij op zijn twintigste, met de zeventienjarige Chinees Haochen Zhang, de eerste prijs op het Van Cliburn Concours en sindsdien loopt zijn carrière op rolletjes. Zhang blijft erbij achter, maar hij heeft ook niet wat Tsujii zo uniek maakt. Tsujii is vanaf zijn geboorte blind. Hoe studeert hij dan al dat virtuoze pianorepertoire in, vraag je je af. Welnu, dat gebeurt met behulp van assistenten, die opnamen voor hem in kleine stukjes knippen, waarna hij ze bouwsteen voor bouwsteen uit zijn hoofd leert.

Behalve zijn geheugen is ook zijn techniek verbijsterend, zo bleek ­gisteravond na zijn vertolkingen van de vier Ballades en vier Scherzi van Chopin. Hij maakte minder mis­slagen dan alle ziende collega’s in de serie Meesterpianisten van dit seizoen bij elkaar opgeteld.

Tsujii nam alle tijd om in de voor hem perfecte positie te gaan zitten. Ook veegde hij met een doekje na elk stuk eerst zijn voorhoofd en daarna de toetsen af. Voor zijn opkomst en afgang was een assistent nodig.

Na de aanvankelijke onvermijdelijke verbijstering bij het horen en zien van Tsujii (waanzinnige techniek, volle toon) begon toch een zekere expressieve uniformiteit op te vallen. De Scherzi kwamen beter uit de verf dan de Ballades, maar het euvel bleef dat hij de verbazing slechts zeer zelden tot ontroering wist te verheffen.