door Joep Christenhusz, 7 oktober 2019, NRC Handelsblad.   Liszt: ●●    Rachmaninov: ●●●

foto Sasha GusovDe Russisch-Israëlische pianist Boris Giltburg maakte zondag zijn debuut in de serie Meesterpianisten. In de koffer onder meer Liszts integrale Études d’execution transcendante. Trip trip. Met soepele tred dribbelt Boris Giltburg de lange trap van het Concertgebouw af. De Russisch-Israëlische pianist speelde vaker in de Grote Zaal, maar deze afdaling moet toch bijzonder zijn. Niet eerder maakte hij zijn opwachting in ‘Meesterpianisten’. Met Giltburgs debuut opende zondag het 33e seizoen van de exclusieve pianoserie. Dertien zondagen per jaar tovert impresariaat Riaskoff het Concertgebouw om tot klaviertempel: gedimd licht, gewijde stilte, ijzeren repertoire. De lijst met halfgoden die sinds 1987 een – vaak onvergetelijk – recital kwamen geven, beslaat inmiddels meer dan honderd namen.

Dat Giltburg (1984) een fenomenale pianist is die beschikt over een feilloze techniek, staat buiten kijf. Niet voor niets werd hij in 2013 uitgeroepen tot winnaar van de prestigieuze Koningin Elisabethwedstrijd. Interessanter is de vraag welke visie zijn vingervlugheid dient. Zijn recital van zondag leek in het teken te staan van een kameleontisch en gedurfd spel met contrasten.

Bloeddorstige honden

Neem Liszts Études d’execution transcendante, een cyclus die Giltburg afgelopen januari nog op cd uitbracht. In ‘Wilde Jagd’ liet hij het basregister grommen als een roedel bloeddorstige honden, om in ‘Ricordanza’ moeiteloos over te schakelen naar lyriek van de omfloerste soort.

In ‘Feux follets’, berucht om zijn watervlugge nootjes boven aartsmoeilijke sprongen in de linkerhand, liet Giltburg de dwaallichtjes uit de titel feeëriek dansen. Kort ervoor had hij zijn instrument nog ongenadig op z’n falie gegeven in ‘Mazeppa’: met hoekige ritmes en woest stuivende middenstemmen schilderde Giltburg de dollemansrit van de legendarisch kozakkenhoofdman.

Keerzijde: Giltburgs driestigheid ging te vaak ten koste van reliëf en transparantie, een euvel waar ook de potige passages in onder meer ‘Vision’ en ‘Eroica’ mee kampten.

Dan viel een en ander beter op zijn plek in Rachmaninovs Preludes opus 32, nog zo’n miniatuurreeks die Giltburg onlangs op cd zette. Puntig staccato-toucher (nummer drie), vederlichte pianistiek (nummer vijf), groots aanzwellend klokgelui (nummer tien). Mooi ook hoe hij in de climax van nummer dertien ruimte wist te scheppen voor een eindeloos dalende middenstem.

 

foto: Sasha Gusov