door Christo Lelie, 8 oktober 2019, 

Franz Liszt geldt als de grootste pianovirtuoos en pianistische vernieuwer van de negentiende eeuw. Met zijn ‘12 Études d’exécution transcendante’ liet hij een staalkaart na van wat hij ij de loop der jaren als pianovirtuoos allemaal aan revolutionaire pianotechnieken had ontwikkeld. Daarin was hij onnavolgbaar. Slechts weinig pianisten durven het daarom ook tegenwoordig nog aan om de complete set van twaalf etudes in het openbaar te spelen; en als zij het doen weten zij zelden in alle etudes te overtuigen. Het publiek blijft maar al te vaak teveel getuige van een worsteling met al die moeilijke noten. Minstens zo kwalijk is het echter als die noten er wel feilloos uitkomen, maar in een uitvoering waarin de pianist niet weet door te dringen in Liszts fantasie. Want deze etudes zijn beslist geen oefenstukken maar muzikale verhalen.

Gezien het bovenstaande lijken Liszts etudes niet bepaald ideaal om in een prestigieus debuutrecital op het programma te zetten, tenzij de vertolker in staat blijkt om zijn publiek volledig mee te nemen in Liszts muzikale vertellingen. Dat Boris Giltburg aan die voorwaarde voldoet, bewees deze jonge Russisch-Israëlische pianist in zijn debuutrecital in de serie Meesterpianisten, zondag 6 oktober. Daarin bestond de eerste programmahelft uit een integrale uitvoering van Liszts ‘Études d’exécution transcendante’. Hij maakte er een verpletterende indruk mee, wat niet  alleen door zijn overrompelende virtuositeit kwam, maar bovenal door zijn expressie, fantasie en pianistische kleurenpracht die zijn gehele optreden sierden.

In de eerste twee etudes was het overigens nog niet meteen al zeker dat Ginsburg het Amsterdamse publiek voor zichzelf en voor Liszt zou weten te winnen. Hierin musiceerde hij namelijk ritmisch zó vrij en grillig dat deze twee stukken een wat chaotische indruk maakten. Dat was dus een ietwat ongelukkige start. Vanaf de derde etude, het overwegend vriendelijke ‘Paysage’, kwam het gewenste metrische evenwicht in zijn spel. Vervolgens hield hij ook in de vierde, ‘Mazeppa’, de teugels strak. In dit enerverende stuk beeldde Liszt het verhaal uit van kozakkenhetman Ivan Mazeppa, die door zijn vijanden vastgebonden op de rug van een woest galopperend paard over de steppe werd gejaagd.

In zijn vertolking van dit muzikale epos en van andere extra dramatische etudes, zoals ‘Eroica’ (nr. 7) en ‘Wilde Jagd’ (nr. 8), liet Boris Giltburg een enorme toonbeheersing horen. Hij is op het oog een tengere jongeman, maar heeft een zeer krachtige aanslag die door zijn souplesse nooit grof wordt. Knap is dat hij heel snel kan omschakelen van het luidste fortissimo naar een vederlichte klank en andersom. Dat was goed hoorbaar in ‘Feux follets’ (nr. 5, dwaallicht)  en vooral ook in ‘Chasse-neige’ (sneeuwjacht), de twaalfde etude. Giltburg begon ‘Chasse-neige’ heel  dun van klank en razendsnel, maar desondanks perfect verstaanbaar, als fijne motsneeuw en bouwde het uit tot ware blizzard.

Uniek voor de Serie Meesterpianisten was dat Giltburg niet op een Steinway-vleugel speelde maar te kennen had gegeven een Fazioli te prefereren. Dit instrument had een klare, zeer grote, maar allerminst brutale klank. Het leende zich uitstekend voor het realiseren van de pure klankschoonheid en lyriek die Giltburg liet horen in ‘La Ricordanza’ (nr. 9).

Zo zelden als Liszts Etudes op het podium klinken, zo vaak vallen de Preludes van Rachmaninov te beluisteren. Meestal spelen pianisten er selecties uit en wat minder vaak een van de twee opusnummers 23 en 32 compleet, zoals Giltburg dat deed: Giltburg had na de pauze de complete dertien Preludes opus 32 op zijn programma. Deze pianistisch geraffineerde muziek lijkt hem op het lijf te zijn geschreven. Giltburg liet in deze laatromantische stijl de vleugel breder en meer ademend klinken dan in Liszt. Goed wist hij hoorbaar te maken dat Rachmaninov deze Preludes als een cyclus geconcipieerd heeft met een overkoepelende compositorische opbouw. Ook hier was zijn spel weer zeer contrastrijk, met grote klankexplosies naast opperste verfijning in juweeltjes als nr. 5 en nr. 12.

Boris Giltburg bedankte het bijzonder enthousiast reagerende publiek met twee toegiften: de beeldschoon gespeelde ‘Arabeske’ opus 18 van Robert Schumann en het spannende ‘Suggestion diabolique’ van Sergej Prokofjev.  Dit debuut roept om een vervolg in een volgend seizoen!