Denis Matsuev houdt van het sportieve element

Denis Matsuev houdt van het sportieve element

door Wenneke Savenije, de Nieuwe Muze, 29-11-2018 

‘Hier is geen ontkomen aan’, reageert mijn lieve oude buurvrouw op het machismo pianospel van de Russische superster Denis Matsuev. Ze is een beetje doof, dus het leek me een goed idee om haar mee te nemen naar het solorecital van de hardst spelende maestro uit de Serie Meesterpianisten. Maar ze hoort (of ziet?) ook een andere kant aan de Rus, niet in de laatste plaats omdat we tamelijk vooraan in de zaal zitten: ‘Het is wel een ongelikte beer, maar hij heeft ook wel iets van een hele lieve teddybeer.’ 

Tot zover de reacties van mijn buurvrouw, die na afloop van het recital verklaarde dat ze het een prachtige avond had gevonden. Zo dachten ook de vele Russische dames erover, die Matsuev al tijdens zijn recital bloemen aanreikten en na afloop met hem op de foto wilden. Vrolijk, goedlachs en ook na het recital-inclusief-vier-toegiften nog altijd vol onstuitbare energie, speelde Matsuev met een big smile het spelletje mee, om er vervolgens in vliegende vaart vandoor te gaan. Hop naar een after dinner en de volgende ochtend alweer het vliegtuig in naar Moskou, op weg naar een volgend concert, een van de zeker 164 concerten per jaar in een wereld die aan zijn voeten ligt. Om precies te zijn voert de reis van Matsuev richting Svetlogorsk, want daar gaat hij deze week jazz spelen op het Baltic Seasons Festival.

In Amsterdam speelde de Russische pianoster, die bevriend is met Poetin en Gergiev, allereerst twee sonates van Beethoven: de Sonate nr. 17 in d, op. 31 nr, 2 ‘Der Sturm’ en de Sonate in As, op 110. Dat deed Matsuev met een overdonderende techniek, die zoveel kracht, energie en leiderschap over het ruwe notenmateriaal verraadde dat je, ondanks de soms oorverdovende fortissimo’s en duizelingwekkende tempi waarvan Matsuev zoveel houdt, bijna niet anders kon dan ervan onder de indruk raken. Temeer daar hij het gepassioneerde en ‘perfect’ gestroomlijnde pianotumult redelijk smaakvol en zeker ook stijlvol afwisselde met momenten van – jawel – tedere lyriek.

Wie nu mocht denken dat Matsuev deze sonates heeft ingestudeerd in een van de stadspaleizen die de zelf ook vlijtig piano spelende Poetin zijn favoriete artiesten gunt, heeft het mis. Want het thuis van Matsuev is het huis waarin hij opgroeide bij zijn muzikale ouders – moeder pianodocent, vader pianist en componist- in Irkoetsk. En daar houdt Matsuev het liever heel gewoon: ‘Geloof het of niet, maar in ons tweekamer-appartement op de Lenin Straat in Irkoetsk, lig ik nog onder hetzelfde donzen dekbed te slapen als toen ik een klein jongetje was. Daarnaast weiger ik om het appartement op te laten knappen. Alles is er zoals het bijna 30 jaar geleden was. Zelfs mijn favoriete speelgoed-een groene sportoverall- is nog steeds intact. En er is geen plaats in de wereld waar ik beter kan slapen dan thuis. Oost West Thuis Best.’

Matsuev geniet ervan om de wereld rond te reizen, op voorwaarde dat hij weet dat zijn thuishaven op hem wacht: ‘In tegenstelling tot veel andere mensen in mijn beroep heb ik nooit een tweede of derde paspoort of een verblijfsvergunning gehad. Ik heb nog nooit regelingen getroffen voor ‘veilige havens’ elders. Hoewel ik je kan vertellen dat het verkrijgen van het Israëlisch staatsburgerschap voor mij geen groot probleem zou zijn, omdat mijn moeder half-joods is. Maar het kwam nooit bij me op om dat te doen. Waarom zou ik? En mijn dochter Anna, die net twee geworden is, is een Russisch staatsburger. Dit is een zaak van fundamenteel belang. Het is waar dat de houding van de wereld ten opzichte van Rusland is veranderd, maar op mijn buitenlandse reizen spreek ik nog steeds nieuwe publieksgroepen aan en ik heb niet het gevoel dat de mensen anders zijn gaan reageren.’

Waar of voor wie hij optreedt doet er voor Matsuev eigenlijk niet zoveel toe, al speelt hij graag in de Serie Meesterpianisten: ‘Ik kan eerlijk zeggen dat het voor mij niet zoveel uitmaakt waar ik speel en welk publiek er in de zaal zit. Het kan me niet schelen hoeveel mensen er naar me luisteren, of het er slechts drie of tweeduizend zijn. Ik geef er ook niet om de sociale status van mijn luisteraars. Ik presteer altijd naar mijn beste vermogen. Anders zou ik gestopt zijn met mezelf te respecteren.’ In de ogen van Matsuev geeft zijn weegschaal na afloop van een concert het beste aan of hij zich wel genoeg heeft ingespannen: ‘Als ik op een concert drie kilo ben afgevallen heb ik het goed gedaan. Ik verlaat het podium nooit zonder een nat shirt.’

Als jongetje hield Matsuev al zoveel van voetballen, dat hij er maar liefst vijf keer breuken in zijn handen door opliep. De reden dat hij als zestienjarige bereid bleek om zijn pianostudie voort te zetten in Moskou, waar hij met zijn ouders een appartement van één kamer betrok, was dat hij dan vaker naar zijn favoriete voetbalclub Spartak kon gaan. Niet zo verwonderlijk dus dat het sportieve element nog altijd duidelijk en overheersend aanwezig is in Matsuevs magistrale, verpletterende en hyper-dynamische pianospel, waaraan ook valt af te horen dat de maestro dol is op jazz en improvisatie.

Na zijn goed getimede, samengebalde, contrastrijke, fysieke, impulsieve en soms vertederende Beethoven, klonk Matsuev plotseling werkelijk lieflijk in het Andantino cantabile uit Tsjaikofki’s Dumka, op. 59 ‘Scène rustique Russe.’  Dat de maestro zich in het geheel niet uit het veld liet slaan, laat staan uit zijn concentratie liet halen door een ongelooflijk botte, in rood gehulde dame op het podium die op nauwelijks een meter afstand van de vleugel schaamteloos met haar flitsende mobieltje de pianist begon te filmen en fotograferen, pleit voor Matsuevs gemoedelijke teddybeerkarakter. Vanuit de zaal begonnen mensen woedend te roepen ‘Stop daarmee! Zet die mobiel uit!!’, waarop Matsuev de dame grijnzend met zijn handen duidelijk maakte dat de ergernis haar mobieltje betrof, om vervolgens doodgemoedereerd verder te gaan met zijn enerverende Tsjaikofski betogen.

In de Dumka bleek al hoe goed Matsuev en Tsjaikofski elkaar liggen. Maar het meest overtuigend sloeg hij zich door de draconische materie van Tsjaikofski’s maar zelden gespeelde Grande Sonate in G, op. 37 heen, waarin turbulente momenten van heroïek, drama en pathos in één doorjakkerende beweging organisch samenvloeiden met lyrische passages vol weemoed en sentimenten. Het klonk een beetje alsof Matsuev zich al galopperend over de steppen had aangesloten bij de oorlogszuchtige kozakken, maar het toch niet kon laten soms even vol verlangen over zijn verre geliefde te mijmeren.

Er volgden in de blijmoedige roes van alweer een geslaagd recital nog vier geestdriftig gespeelde toegiften van Schubert (Impromptus in Ges, D 899 nr. 3), Sibelius (Etude in a, op. 76 nr. 2), Skrjabin (Etude in dis, op. 8 nr. 12) en Grieg/Ginsberg (‘In the Hall of the Mountain King’).

2018-12-04T11:21:53+00:00

This website uses cookies to improve your experience. We’ll assume you’re ok with this, but you can opt-out if you wish. Read our privacy statement here.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close