door Wenneke Savenije, De Nieuwe Muze, 13 februari 2020

‘Deze jongeman heeft niet alleen de potentie een van de grootste pianisten van de eeuw te worden. Hij is er al een!’ Dat schreef de Frankfurter Allgemeine in 2014 met vooruitziende blik over Igor Levit (1987), geboren in Nizhni Nowgorod, getogen in Duitsland en opgeleid aan de Hochschule für Musik in Hannover, waar hij nu zelf doceert. In 2005 trok Igor Levit als jongste deelnemer sterk de aandacht op het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv. Daarna begon het te lopen voor deze uitzonderlijk muzikale en sensitieve pianist, die sinds 2013 onder exclusief contract staat bij Sony Classical, waar afgelopen jaar zijn prachtige album met alle Sonates van Beethoven verscheen.

Vanwege zijn Joodse afkomst werd Levit onlangs in Duitsland met de dood bedreigd, maar Levit haalt daar relativerend zijn schouders over op  en gaat gewoon door met waarvoor hij geboren is: op het hoogste niveau muziek maken.

Toen ik in 2014 een interview met de pianist had voor het blad Pianist in voormalig Oost-Berlijn, naar aanleiding van zijn opname van Bachs ‘Clavier-Übung I’ (de 6 Partita’s voor piano solo), gaf Levit bijna op elke vraag zingend antwoord. Hij nam me aan de ontbijttafel van zijn hotel mee op avontuur door de muziekgeschiedenis, met als vertrekpunt thema’s uit Bachs muziek. Het was fantastisch. Levit: ‘Bach gaat voor mij niet over wel of niet vibreren en met of zonder pedaal spelen, want dan stop je hem voor je het weet in een kooi. Bach gaat over de kosmos en de diepste menselijke emoties. Bach is mijn held.’ Maar Levit bleek meer helden te hebben, die allemaal van invloed lijken te zijn op de uiterst genuanceerde en verfijnde manier waarop hij afgelopen zondag debuteerde in de serie Meesterpianisten.

Levit vertelde onder meer: ‘In Hannover leerde ik twee pianisten kennen die een enorme invloed op me hebben gekregen: Andreas Staier en Lajos Rovatkaj. Staier heeft me een paar keer op zijn  pianoforte laten spelen om meer te kunnen begrijpen van de klaviermethode van Carl Philipp Emanuel Bach. Over zulke zaken heb ik ook vaak contact met Andras Schiff, die misschien wel de allermooiste Bach-opnames heeft gemaakt. Erg belangrijk is articulatie, of je de noten staccato speelt of juist slepend maakt, hoe je frases laat oplichten, accenten geeft. Staiers aanwijzingen waren heel leerzaam. “Heb je nog nooit naar de a capella werken van Josquin geluisterd”, vroeg Rovatkaj me bij onze eerste kennismaking. “Hoe durf je!” Toen zijn we oude muziek gaan bestuderen, wat in Hongarije trouwens heel normaal is. Josquin, Monteverdi, Palestrina, Frescobaldi, Mufat, stuk voor stuk fantastische componisten waardoor ook Bach zich liet inspireren. Pas na een jaar of vier keerde ik weer terug naar Bach. Eerst verdiepte ik me in zijn vocale muziek, zijn motetten, cantates en oratoria. Het besef groeide dat eigenlijk alles om zijn harmonieën draait, die tot op de dag van vandaag ongeëvenaard zijn. ‘ Grondigheid bleek toen al het handelsmerk van Levit.

Zes jaar later nog altijd bezeten op zoek naar zoveel mogelijk kennis en wijsheid, is Levit het soort musicus, die alles wat hij ontdekt heeft uiteindelijk met veel respect voor de partituur weet om te zetten in ‘de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.’

Zijn origineel geprogrammeerde recital met werken van de late Beethoven, Wagner/Liszt en Mahler/Stevenson was een triomf van verfijning, inzicht, noblesse en diepzinnigheid.

Levit begon met de Sonate nr. 30 in E, op. 109 van de late Beethoven, die evenals de daarop volgende Sonate nr. 32 in c, op. 111 helemaal onder zijn huid is gaan zitten. Levit speelde Beethovens noten niet, hij wérd die noten en liet alles met alles samenvallen op precies het juiste moment. Levit dook bijna in de vleugel om daar een Beethoven uit op te diepen, die diep ontroerde door de zacht-zingende lyrische lijnen, gedurfde tempowisselingen, soms bruuske contrastwerking, vloeiende overgangen, gracieuze fraseringen en adembenemende trillers die een verhaal op zichzelf werden, maar toch organisch in het geheel pasten. Met een subtiel gevoel voor proportie en klankschoonheid wist hij al deze elementen  aaneen te rijgen tot uiterst fijnzinnige en diepzinnige betogen. Levit musiceerde spontaan en vol risico, maar tegelijkertijd meesterlijk balancerend. Levits Beethoven klonk buitengewoon mooi.

In Oost-Berlijn vertelde de pianist dat hij al zijn kleren in Napels met de hand laat maken door een ouderwetse kleermaker. Of dat nog steeds zo is weet ik niet, maar het geeft aan dat Levit houdt van ambachtelijkheid op niveau. En ook dat hoor je aan zijn spel, waarin hij alles tot in de kleinste details doordacht heeft en al studerend doorgewerkt heeft, zodat hij  tijdens de voorbereiding van zijn concerten niets aan het toeval overlaat. Maar dat alles laat hij op het podium weer los om zich over te kunnen geven aan de inspiratie van het moment. Dat er dan heel af en toe wel eens een nootje wegvalt, doet niet ter zake, omdat er zoveel schoonheid tegenover staat. Zoals in de Feierlicher Marsch zum heiligen Gral uit Wagners Parsifal, in een bewerking van Liszt, waarin Levit excelleerde met een schitterend toucher en filosofische wijsheid, zodat de gewijde melodielijnen opwelden en weer wegebden vanuit de mysterieuze ‘stilte’ die als het ware symbool ging staan voor de ‘heilige graal’.

Daarna haalde Levit met zijn weergaloze vertolking van het eigenlijk op de piano ondoenlijke Adagio uit de Tiende symfonie van Mahler een ware meesterstunt uit. Voorafgaand aan het concert had Mahler-kenner Eveline Nikkels in de Spiegelzaal uitgelegd waarom veel passages uit deze complexe muziek op een vleugel technisch in feite niet te verwezenlijken zijn, tenzij de pianist die zich hieraan waagt zó behendig is met pedaal en toucher dat er inventieve ‘noodoplossingen’ mogelijk blijken. En die instrumentale inventiviteit is de bloedmuzikale Levit op het lijf geschreven. Zijn Mahler bewoog zich tussen uiterste subtiliteit en schurende dissonantie, soms zachter dan een orkest het zou kunnen spelen en dan weer fortissimo met kolkende arpeggio’s. Daarop volgde bij wijze van toegift het wonderschoon gecomponeerde en wonderschoon vertolkte Adagietto uit Mahlers Vijfde symfonie in een bewerking van Singer. Levits originele droomdebuut in de Serie Meesterpianisten smaakt naar méér.