Evgeny Kissin soleert op eenzame hoogte

Evgeny Kissin soleert op eenzame hoogte

door Wenneke Savenije, 18 juni 2018

Het 31e seizoen in de Serie Meesterpianisten was een aaneenschakeling van hoogtepunten. Dankzij impresario Marco Riaskoff en zijn rechterhand Friso Verschoor kon het trouwe publiek zich laven aan een inspirerende kennismaking met de jonge hemelbestormer Behzod Abduraimov, de gevoelige eigentijdse romantiek van Daniil Trifonov, de intrigerende Bach en Beethoven (Diabelli Variaties!) van Piotr Anderszewski, het stralende meesterpianisten-debuut van Arthur en Lucas Jussen, de spirituele queeste van Grigory Sokolov en de oorstrelende tederheid van Arcadi Volodos in Schubert, om maar enkele hoogtepunten te noemen.

Maar de unieke intensiteit waarmee het voormalige wonderkind Evgeny Kissin (1971) op het slotconcert van seizoen 2017-2018 magistrale klanken aan de vleugel wist te ontlokken in Beethovens weerbarstige Hammerklavier-sonate en tien Preludes van Rachmaninoff, was letterlijk ongehoord en wat mij betreft Het Hoogtepunt der hoogtepunten. Wat een architecturale helderheid en feilloze pianistieke trefzekerheid! Wat een ongelooflijke emotionele intensiteit, muzikale diepgang en spirituele waarachtigheid klonk er door in elke noot die hij speelde!

Op de vleugels van Beethoven en Rachmaninoff voerde Kissin de luisteraar mee naar de hogere regionen van het bewustzijn, naar de verste uithoeken van de emoties waartoe mensen in staat zijn, naar de ongrijpbare regionen van de ‘ziel’. Dat deed hij opnieuw als een hoofse ridder met een integere muzikale missie, oprecht en bevlogen, gepassioneerd en geëmotioneerd, hyperintelligent en met een volmaakte techniek, niet om te imponeren maar enkel en alleen om bijna van de daken te schreeuwen: ‘Hóór wat Beethoven ons door alle barièrres van leven en dood heen te zeggen heeft. Hóór eens hoe mooi en van alle tijden de schilderachtige en van heimwee doordrenkte noten van Rachmaninoff zijn!’

Het uitzonderlijke van Kissin is dat zijn verstand, zijn gevoel en zijn muzikaliteit volmaakt met elkaar in balans zijn, zoals de hoekpunten van een gelijkzijdige driehoek, met als centrum een warm kloppend hart. Met een aangeboren innerlijke beschaving, noblesse en bescheidenheid, legt hij zijn complete ziel en zaligheid in elke frase die hij speelt. Kissin geeft en geeft, er komt geen einde aan, om de simpele reden dat hijzelf zoveel structuur, betekenis, liefde en warmte ervaart in de partituren die hij vertolkt. Alles wat hem raakt en intrigeert deelt hij ruimhartig met zijn publiek, spontaan en open, goudeerlijk en ontdaan van alles wat riekt naar oppervlakkig klatergoud.

Taal is belangrijk voor Kissin, die van nature liever zwijgt dan praat. Toch leerde hij zichzelf Hebreeuws en hij declameert in zijn eigenaardige tongval regelmatig Joodse poëzie in de synagoge. Zelf heeft hij ook gedichten en een novelle geschreven. Regelmatig klimt hij in de pen om in joodse kranten een belangrijk politiek vraagstuk te analyseren en daarover saillante uitspraken te doen, die meestal gaan over de problematiek van Israël en de Palestijnen. In die artikelen legt hij even veel scherpzinnigheid en genuanceerdheid aan de dag als in zijn muzikale uitvoeringen. Maar toch is er maar één taal die Kissin werkelijk beter dan ieder ander beheerst en dat is de universele ‘klanktaal’ van de muziek, in al zijn akoestisch resonerende, intellectuele, filosofische en gevoelsmatige betekenissen.

In de geniaal vertolkte Hammerklavier-sonate, dat bijna onspeelbare geesteskind van de late Beethoven, slechtte Kissin alle grenzen tussen mensentijd en eeuwigheid. Het klonk alsof Beethoven ergens vanuit het dodenrijk fel en wanhopig, maar ook menslievend en vol wijsheid, tot ons sprak in schrijnende en soms adembenemend tedere grilligheden. Kissin opteerde in meeslepende tempi en fel gearticuleerde fraseringen voor de meedogenloze ‘naakte waarheid’ van Beethovens noten, zonder verfraaiïngen of het gelikte kleurenpalet van de klankfetisjist. Terecht, want zoals Yehudi Menuhin al opmerkte is Beethovens muziek een discours, een soort hogere filosofie in klanken, die oneindig veel verder wil reiken dan gepolijste ‘mooiklinkerij’. Zachtjes meegrommend en grollend op harmonische sleutelmomenten, creëerde Kissin expansieve, gesublimeerde melodielijnen, die steeds weer op hogere niveau’s in elkaar grepen, ook daar waar de complexe partituur bijna uit elkaar valt. Zo reikte Kissin de getormenteerde Beethoven liefdevol en humaan de hand. Het klonk prachtig.

Daarna dook Kissin onder in het door klokgelui, ruisende winden en uitgestrekte velden gedomineerde muzikale ‘droomlandschap’, waarin Rachmaninoff keer op keer zijn heimwee naar Rusland heeft weten te transformeren. In zeven Preludes uit op. 23 en drie Preludes uit op. 32 klonk het toucher van Kissin nu warmbloediger en menselijker, maar zeker niet minder waarachtig. In een organisch ademend lijnenspel en in overwegend rode, bruine en groene kleurschakeringen, waarop het zonlicht steeds weer vanuit andere wolkenluchten reflecteerde, riep Kissin de oude wereld op die Rachmaninoff tijdens zijn uit Rusland verbannen leven zo erg zou missen. De muziek klonk puur en evocatief, alsof Kissin in wisselende taferelen verhaalde van de sprookjes die Rachmaninoff in zijn jeugd moeten hebben gehoord, compleet met allerlei karakteristiek verklankte personages in een landelijke omgeving uit vervlogen tijden, een onbedorven wereld van bossen en rivieren, vogels en vissen, ijsbloemen en lenteknoppen, stormen en blauwe luchten. Het was er allemaal en het golfde voorbij, alsof Kissin niets liever wilde dan Rachmaninoff alsnog te geven waarnaar hij in Amerika zo innig verlangde: het klokgebeier en de overweldigende natuur van zijn Russische jeugd.

Terecht hield de zaal niet meer op met applaudisseren, zodat Kissin met zijn sfinxachtige glimlach tot vier keer toe terugkwam om ontroerend mooie toegiften te spelen: de Etude in cis, op. 2 nr. 1 van Scriabin, een door hemzelf gecomponeerde Toccata, Rachmaninoffs Prelude in cis op. 3 nr. 2 en Meditation uit 18 Pieces, op. 72 van Tsjaikofsky. Pas daarna was het publiek bereid de zichtbaar vermoeide Kissin te laten gaan, die even later in de hal van het Concertgebouw toch weer stralend en charmant zat te signeren, voldaan en tevreden.

2018-06-20T10:10:58+00:00

This website uses cookies to improve your experience. We’ll assume you’re ok with this, but you can opt-out if you wish. Read our privacy statement here.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close