door Frederike Berntsen, 26 maart 2019,  TROUW 

In haar eentje optreden is, zacht gezegd, niet de favoriete bezigheid van Martha Argerich. De Argentijnse pianiste tref je vrijwel nooit alleen op het podium aan. Liever deelt ze de stressvolle uitvoeringspraktijk en de muziek met collega’s. Zondag kwam de grande dame naar het Concertgebouw met niet een, maar twee muzikale partners.  Stephen Kovacevich, met wie een duorecital stond aangekondigd, was geblesseerd en kon slechts een halve avond voor zijn rekening nemen. De man had te hard en te consciëntieus gestudeerd en moest in allerijl worden vervangen voor het stevigste programmaonderdeel in de serie Meesterpianisten: Rachmaninovs Symfonische dansen.

Geen nood, Argerich heeft zo haar kennissen. Lylia Zilberstein pakte het vliegtuig vanuit Wenen en landde de middag voor het concert op Schiphol om te kunnen inspringen. En het seizoen heeft toevallig toch een feestelijk tintje: de dames vieren hun twintigjarig jubileum als pianoduo.

Martha Argerich, daar zat ze, 27 jaar en twee dagen na haar enige optreden in de Amsterdamse pianoserie. Een blik over de partij naar Zilberstein aan de vleugel tegenover haar en de dansen konden een aanvang nemen. Wat de pianistes gemeen hebben is een directe en energieke manier van muziek maken. Beiden nemen onmiddellijk een diepe duik in de materie. Hun feilloze gevoel voor ritme, timing en klankbalans resulteerde in gedistingeerd vuurwerk.

Changement na de pauze. Nu was Kovacevich aan zet. Andere partner, andere dynamiek: net het echte leven. Sfeer maken, hadden de musici zich ten doel gesteld, en dat leverde een organische Debussy-sessie op. Telkens voordat het samenspel begon te lijken op dat van een gezellig keuvelend ouder echtpaar, gaf Argerich het geheel een duwtje en rolde Debussy weer vooruit.

Het instinctieve oerspel van Argerich trok als vanzelf de aandacht. Een lichte disbalans was het resultaat in ‘En blanc et noir’. ‘Lindaraja’ kwam overtuigender over het voetlicht, dankzij een aantrekkelijk randje experiment in het timbre. In de ‘Prélude à l’après-midi d’un faune’ pasten de dame en heer graag gevoileerde pasteltinten toe, een keuze die bij de temperamentvolle Argerich minder natuurlijk aanvoelt.