door Wenneke Savenije, De Nieuwe Muze, 13 mei 2019,

‘A grown up individual and a Person’. Hij had haar pas een keer in Moskou horen spelen en was meteen zó diep onder de indruk, dat hij Marco Riaskoff voorstelde het 11-jarige meisje in de Grote Zaal van het Concertgebouw te introduceren, bij wijze van voorprogramma bij zijn eigen recital in de Serie Meesterpianisten waarin hij bijna jaarlijks zijn opwachting maakt. Als Grigory Sokolov – de grootste onder de nu levende meesterpianisten, die zich bij voorkeur verre houdt van alles en iedereen om zich met heilige toewijding volledig aan de muziek te kunnen wijden- zoiets voorstelt, dan moet het wel heel bijzonder zijn dacht de impresario. En zo kon het gebeuren dat de 11 jarige Alexandra Dovgan, die in 2018 al haar wonderbaarlijke opwachting in Amsterdam maakte tijdens Klassiek op ’t Amstelveld van Tatiana Chevchouk, afgelopen zondag met vijf werken van Chopin, Debussy’s Childrens Corner en Rachmaninoffs Daisies, Romance op. 38, nr. 3 haar debuut maakte in het Concertgebouw, voorafgaand aan het recital van pianogod Sokolov.

Alle aanwezigen waren flabbergasted, want inderdaad: hier klonk een muzikaal wonder, een oude ziel, geboren om haar hele leven piano te spelen. Dovgan musiceerde intelligent, wijs en met de nobelste emoties. Vrij en moeiteloos virtuoos, van nature opwiekend naar universele schoonheid, musicerend met de natuurlijke elegantie en vanzelfsprekendheid waarmee een vogel door het luchtruim buitelt, een onbegrijpelijke combinatie van kracht en gratie, plezier en diepe ernst. Het was schitterend. Als Sokolov de albatros onder de pianisten genoemd zou kunnen worden, dan is de kleine Dovgan de zwaluw onder de wonderkinderen aan de piano. De Fantaisie-Impromptu en vier walsen van Chopin klonken zo sensitief, verfijnd en intiem, maar toch ook zwierig en vol passie, dat het wel leek of Dovgan in rechtstreekse verbinding stond met de poëtische geest van wijlen Chopin. Alsof hij haar ter plekke influisterde hoe hij zijn noten ooit had bedoeld, waar hij de beweging in smaakvolle rubato’s eventjes wilde inhouden om dan door te stromen, welke basnoten bedoeld waren om uit het stemmenweefsel op te stijgen, wat de juiste timing en de beoogde opbouw moest zijn enz.

De muziek ademde en bewoog in alle sterktegradaties met een ongekende ‘vanzelfsprekendheid’. Het klonk puur, pril en prachtig. Daarna ontvouwden zich tijdens Dovgan bewonderenswaardige interpretatie van Debussy’s Childrens Corner magische sluiers aan klankkleuren en vormen, die als het ware een brug sloegen tussen hemel en aarde. Tijdens Rachmaninoffs Daisies liet de kleine Dovgan haar grote hart spreken, waaruit de komende decennia nog veel moois zal opbloeien.

Zelf omschreef Sokolov het muzikale wonder Dovgan in de volgende bewoordingen: ‘…This is one of those rare occasions. The eleven-year-old pianist Alexandra Dovgan can hardly be called a wonder child, for while this is a wonder, it is not child’s play. What one hears is a performance by a grown up individual and a Person. It is a special pleasure for me to commend the art of her remarkable music teacher, Mira Marchenko. Yet there are things that cannot be taught and learned. Alexandra Dovgan’s talent is exceptionally harmonious. Her playing is honest and concentrated.
I predict a great future for her…’ En wie haar prille biografie bestudeert, kan ook niet anders dan beseffen dat er met Dovgan, die studeert aan de Centrale Muziekschool voor Jong talent van het Conservatorium van Moskou, iets heel speciaals aan de hand moet zijn. Want nog voor ze elf werd won ze al talloze concoursen, waaronder in 2018 als jongste deelnemer de Grand Prix van het door Denis Matsuev in het leven geroepen Tweede International Piano Competition in Moskou, en ze geeft nu al concerten door heel Europa met dirigenten als Valdimir Spivakov en Valery Gergiev.

Zelf debuteerde Sokolov, die ook een wonderkind was, op zijn twaalfde in Moskou, maar hij trok pas werkelijk de aandacht toen hij in 1966 volkomen onverwachts op zijn 16e het Tsjaikofsky Concours in Moskou won. De jury koos unaniem voor Sokolov, die tot op dat moment eigenlijk nog door niemand serieus werd genomen. Ook na deze overwinning zou het nog lang voordat de geniale en magistrale Sokolov wereldberoemd werd, omdat de Sovjets hem niet toestonden in het buitenland te soleren. Hij speelde een paar incidentele concerten in Amerika in 1969, 1971, 1975 en 1979, maar daar bleef het bij. Pas toen de Sovjet-Unie werd ontbonden kon Sokolov zijn machtige vleugels uitspreiden en wereldwijd bewondering oogsten voor zijn steeds intenser en mystieker wordende titanenspel. Het is heel goed mogelijk dat Sokolov iets in de kleine Dovgan herkent van zijn vroegere zelf, want ook hij moet zo’n oude ziel zijn geweest. De albatros en de zwaluw stemmen overeen in hun unieke talent voor de piano, hun mystieke ernst en toewijding, de puurheid en integriteit van hun onwereldse verlangen naar schoonheid, sublimatie en catharsis. Nu ja, dat zijn niet direct termen die je op een meisje van 11 zou plakken, dat ook graag schommelt, schaakt, aan sport en vooral ballet doet, pannenkoeken eet en met haar kleine broertje stoeit, maar ze heeft dit alles al wel voelbaar en hoorbaar in zich. Als een immens grote belofte voor de toekomst. Dovgan – wiens beide ouders pianist zijn, zodat ze opgroeide te midden van de pianoklanken- lijkt niet te worden gedwongen of gedrild, want daarvoor oogt ze veel te rustig en ontspannen, al maakt ze wel een wat ouwelijke indruk. Het komt allemaal voort uit haarzelf, maar zeker weten hoe het verder gaat kun je nooit voorspellen. Neem Anna Kushinov, een vergelijkbaar soort meisje, dat studeerde bij Marjès Benoist aan het Conservatorium van Amsterdam en op haar 8ste musiceerde met een zelfde soort ernst en toewijding, bloedmuzikaal en ontroerend, en die op haar 9de de Royal Concertgebouw Competition 2016 won. Een paar jaar later hield ze er ineens mee op, dat kan ook zomaar gebeuren in wonderkinderenland. Maar vast niet bij Dovgan, die zelf zegt dat haar grootste drijfveer is ‘het publiek vreugde te brengen met de muziek die ik speel.’

Dat deed ze dan ook en na haar Sokolov, die in de loop der jaren zo diep is doorgedrongen in de kosmisch resonerende geheimen van klank, vorm en inhoud, dat zijn dynamische optredens doen denken aan een rituele eredienst, die de ‘normale’ zaken van leven en dood overstijgt. Neem zijn magistrale en visionaire interpretatie van Beethovens Sonate nr. 3 in C, op. 2 nr. 3, waarin lyrische passages werden verdreven door de kille man met de hamer, die immuun bleek voor het wanhopige smeken van de nog levenden. De muziek bewoog zich van dartelheid naar virtuositeit, van tederheid naar dramatiek, van hemelse trillers naar briljant passagespel, en het publiek hing aan Sokolov’s lippen, want de maestro vertelt altijd een volkomen persoonlijk verhaal, met meer innerlijke overtuiging en expressieve zeggingskracht dan haast alle andere pianisten, al kun je het best wel eens niet met Sokolov eens zijn. Beethovens 11 neue Bagatellen werden briljant uitgediept in al hun pianotechnische, muzikale en spirituele mogelijkheden. Daarna vervolgde Sokolov met Brahms, wiens 6 Klavierstücke op. 118 en 4 Klavierstücke op. 119 hij met zoveel inlevingsvermogen in de herfstige mistroostigheid en de koppige levenslust van de componist op latere leeftijd modelleerde, dat ik ze nooit eerder zo mooi hoorde spelen. Er volgden als altijd bij Sokolov nog zes schitterend gespeelde toegiften van Schubert, Rameau, Chopin, Brahms, Rachmaninoff en Debussy. Het was een avond om nooit te vergeten.