door Wenneke Savenije, De Nieuwe Muze 04 juni 2019

Niemand heeft ooit onder de zwarte tent mogen kijken waaronder Krystian Zimerman (62) voorafgaand aan zijn optredens sleutelt en intoneert aan zijn eigen Steinway vleugel, het enige instrument waarop hij concerten wil geven. Zelfs al komt hem dat duur te staan, zoals die keer dat de Amerikaanse douane, kort na de aanslagen van 9/11, zijn vleugel in beslag nam omdat er uit de verlijmde onderdelen een verdacht chemisch luchtje opsteeg.

Wanneer Zimerman in het Concertgebouw in Amsterdam optreedt, vervoert hij samen met zijn privé-technicus zijn eigen vleugel in een geblindeerd wit busje, dat aan de zijkant van de muziektempel geparkeerd wordt. Afgelopen weekend kwam de maestro niet uit Bazel maar uit Groningen aangereden, waar hij op 26 mei in de Oosterpoort voor slechts 450 mensen al een spectaculair voorproefje gaf van het solorecital dat hij in de Serie Meesterpianisten voor een uitverkochte zaal ging spelen. En de rest van de week zat hij in het Noorden des lands  heel hard te studeren, want al is Zimerman wereldberoemd sinds hij op zijn 18e het Chopin Concours in Warschau won, hij is nog steeds nerveus voor ieder optreden. En zo hoort het ook, want routine en gemoedelijke onverschilligheid gaan niet samen met een ultieme uitvoering, waarin een musicus zijn hele ziel en zaligheid legt.

Perfectionisme is Zimermans handelsmerk en dat levert voortdurend de nodige stress op. Want hoe intoneer je een vleugel perfect voor de orkestrale Sonate nr. 3 in f op. 5 van Brahms, als je daarna 4 Scherzi van Chopin gaat spelen? Hoe stel je het instrument zodanig af, dat het klankideaal dat je in je hoofd hebt zitten voor beide componisten bevredigend werkt? En hoe voorkom je de vervormende gevolgen van een plotselinge weeromslag, in dit geval een regenbui boven het Concertgebouw die voor een luchtdrukverandering zorgde? De niet te controleren inbreuken op zijn klankideaal zaten Zimerman zo dwars, dat hij de zaal op de hoogte stelde van zijn probleem voordat hij aanving met Chopin. Hij had de vleugel afgesteld op Brahms, dus eigenlijk kon hij er zo geen Chopin op spelen. Maar nood breekt wetten en Chopin spelen kan Zimerman als de beste, dus hijzelf was vermoedelijk de enige die van dit alles last had.

‘Aan de ene kant voel ik me gevleid als mensen de klank van mijn vleugel mooi vinden’, zei Zimerman tien jaar geleden in een interview met de Financial Times: ‘Aan de andere kant geef ik niets om klank op zichzelf. Ik zoek naar een passende klank. Als een stuk lelijk is, wil ik een lelijke klank. Ik wil dat de klank uitdrukt wat ik beoog en dat is niet perse ‘mooi’ zijn. Mijn vleugel is ongelooflijk flexibel. Het instrument droomt bijna met me mee tijdens een concert. Ik heb een idee en dat hoef ik niet eens te verbaliseren of uit te denken. De piano leest het direct uit mijn ziel. Muziek is geen klank. Muziek gebruikt de klank om binnen een tijdsverloop de waarachtige emoties uit te drukken die in een compositie besloten liggen.‘

Thuis werkt Zimerman vooral technisch aan moeilijke fragmenten en hij sleutelt aan zijn piano, om de muziek niet ‘dood’ te spelen. Pas tijdens concerten laat hij zich gaan in de flow van de muziek. Dat is een riskante manier om de muziek fris en levend te kunnen vertolken.

Maar als de piano teveel een houvast wordt, zo niet een fetisj, en de zenuwen spelen je genadeloos parten, terwijl je al bijna een halve eeuw steeds weer opnieuw moet bewijzen dat je tot de grootste pianisten ter aarde wordt gerekend, hoe vrij kun je dan in het hier en nu nog spelen? Hoe vermijdt je dat stress je spieren stram maken, hoe blijf je rustig ademen, hoe kun je je helemaal open stellen voor de emoties die in de muziek worden uitgedrukt? En hoe blijf je je ergernis de baas als de zaal vol botte kuchers zit, die helemaal niet begrijpen met welke hoogstaande en delicate zaken jij als pianist bezig bent. Niet dus, bleek tijdens  het recital, toen Zimerman de kuchers ging imiteren en later ook nog een vinger opstak.

Zimerman had het zichzelf met zijn repertoirekeuze niet makkelijk gemaakt, want de Sonate nr. 3 van Brahms in f is een berucht lastig stuk, waarvan alleen al de openingsthematiek doorgaat voor ‘onspeelbaar’. Zimerman koos voor genadeloze turbulentie en speelde het thema zo snel en zo hard, dat er noten wegvielen, samenklanken geen adem kregen om te  resoneren en middenstemmen soms onverstaanbaar werden. Die fortissimo hectiek werd afgewisseld met soms prachtig uitgelichte details in de meer lyrische passages, maar beide uitersten werden niet organisch en samenhangend met elkaar in balans gebracht, zodat het klinkende resultaat vooral de indruk maakte dat de onmiskenbaar geniaal piano spelende Zimerman niet lekker in zijn vel zat. De fortissimo’s klonken schril, de beweging stroomde niet door, het ritme was vaak wat star, de contrasten waren te hoog opgeschroefd, zodat de vijfdelige Brahms Sonate nr. 3, ook al klonk Zimerman veel overtuigender in de langzamere delen, in grote lijnen iets ongemakkelijks behield en wel imponeerde maar niet ontroerde.

Meer vertrouwd en vergroeid is Zimerman met de muziek van Chopin, die hem op het lijf geschreven lijkt te zijn. In de 4 Scherzi kwamen alle sterke kwaliteiten van Zimerman weer naar boven in prachtige verdroomde lyriek, delicate stemvoeringen en ontwapenende sentimenten. Maar ook hier neigde de pianist soms naar doorslaan op de momenten waarop Chopins muziek een dramatischer verloop kent. Dan vloog hij er weer te hard en te snel vandoor, en als er nootjes wegvielen zette hij het pedaal erop om de chaos te bedwingen. Waarom, zo vraag je je af, stelt de pianist zich niet in alle nederigheid wat meer open voor de muziek, die hij van nature moeiteloos kan vertolken. Er lijken obstakels te zijn die dat in de weg staan en de belangrijkste daarvan is wellicht ook de meest menselijke: zenuwen.

Afgezet tegen andere helden op de Olympus van het pianospel behoort Zimerman nog altijd tot de hele groten, is zijn artistieke veeleisendheid en perfectionisme bewonderenswaardig en is het klinkende resultaat ver verheven boven het spel van veel van zijn collega’s. Maar dat kwam wat mijzelf betreft pas optimaal tot uitdrukking in de meer ontspannen noblesse en ingetogenheid van Brahms’ twee Balladen op. 10, waarmee Zimerman zijn recital besloot.