door Job van Schaik, Dagblad van Het Noorden, 27 mei 2019 

Met Krystian Zimerman was er weer eens een pianist van de buitencategorie in Groningen. Zijn recital trok slechts 450 toeschouwers naar De Oosterpoort. Dat de grote zaal van De Oosterpoort nog niet half volliep voor de Poolse grootmeester is betreurenswaardig. Want het was zo’n zeldzaam concert waarbij je als vanzelfsprekend de ogen sloot en volkomen opging in de muziek.

Meteen na de eerste noten van Johannes Brahms’ Derde pianosonate was de muzikale spanning in de zaal te snijden, terwijl tegelijkertijd een groot gevoel van ontspanning en diepe rust over het publiek leek te vallen.

De concentratie was intens. Zimermans beheersing van zijn instrument (hij neem altijd zijn eigen vleugel mee) en de muziek is zo volledig dat het een sterk fysiek effect kan bewerkstelligen. De concentratie van de zaal was intens, alsof Zimerman zichzelf en al die luisteraars via zijn instrument tot een eenheid smeedde met de muziek als bindmiddel.

Het was een wonderlijke ervaring, want zo bijzonder is die Derde pianosonate van Brahms (een vroeg werk uit 1853) nou ook weer niet. Eigenlijk is het een ratjetoe van muzikale ideeën, met hier wat Beethovenmotieven, daar wat Mendelssohn, en veel fijne, Schumanneske melodieën.

Fonkeling

Onder Zimermans handen werd de vijfdelige sonate evenwel een hechte eenheid, waarin tegelijkertijd elke noot afzonderlijk hoorbaar was, zelfs in de meest virtuoze passages. Hij lichtte er naar believen motieven en melodielijnen uit met een beheersing en muzikaliteit die aan het onvoorstelbare grensden.

Steeds weer tilde hij details omhoog die als een fonkeling zijn muzikale betoog omlijstten, zoals de betoverende echo van de melodie in het tweede deel.

Na de pauze speelde Zimerman (62 jaar inmiddels) de vier Scherzi van zijn landgenoot Frédéric Chopin. Ook hier weer die enorme concentratie en intensiteit, waarbij over elke noot hoorbaar was nagedacht. Zimermans interpretatie was soeverein, maar af en toe wel wat extreem, met snelle passages die in een razend tempo – maar glashelder – werden afgewerkt.

Arpeggio’s als wijwater

En ook hier weer die details die een volkomen beheersing van de muziek verraadden. Zoals hij de koraalachtige melodie in het Scherzo in cis besprenkelde met de arpeggio’s alsof het wijwater betrof – het was ongelofelijk.

Het Scherzo in E waarmee Zimerman besloot, leek wel een muzikale fragmentatiebom die volkomen beheerst tot ontploffing werd gebracht. Het was enerzijds een bevreemdende ervaring, want het was bij vlagen alsof we naar een avant-gardistisch twintigste-eeuws stuk zaten te luisteren. Anderzijds was het zeer troostrijk, want temidden van de chaos die de muziek (en het leven) soms is, zorgde de pianist vanavond voor de illusie van totale controle.

Dat Zimerman met zijn toegiften terugkeerde naar de vroege Brahms, met even intense als ingetogen uitvoeringen van de eerste twee Balladen, op. 10, was een passende afronding van een gedenkwaardige en louterende avond waarop alles klopte.