Op de grens van de stilte – interview met Arcadi Volodos in Pianist Magazine

Op de grens van de stilte – interview met Arcadi Volodos in Pianist Magazine

door Eric Schoones, Pianist Magazine, 13 december 2018

Op de bovenste verdieping van het Okura Hotel in Amsterdam is de muzak alom aanwezig. Marco Riaskoff, impresario en organisator van de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw – waar Arcadi Volodos de avond voor ons gesprek nog grote indruk maakte met twee monumentale sonates van Schubert – heeft inmiddels koffie en koekjes gearrangeerd. De muzak tot zwijgen brengen is een grotere opgave. Volodos zucht, gesteld als hij is op rust, op lange, stille wandelingen in het bos na een tournee en geen televisie thuis…
Marysia Verhulst, talenwonder en vriendin van Volodos, is ook aangeschoven voor de momenten wanneer de maestro voor de fijne nuance terugvalt op zijn vertrouwde Russisch of Spaans. Uiteindelijk lukt het een medewerker van het hotel het akoestisch behang het zwijgen op te leggen. Volodos oogt tevreden.

Tsja, wat kun je nog zeggen na het recital van gisteren? Veel muziekkenners en pianofielen putten zich daar uit in superlatieven, maar blijven dat niet onmachtige woorden? Volodos knikt instemmend en, nu het over de essentie gaat, kiest hij voor het Spaans…‘Trouwens’, begint hij met een twinkeling in zijn ogen: ‘op school was ik geen ster met de talen, maar weet je wat de beste manier is om een taal te leren? ‘Girlfriend!’ Op serieuzere toon vervolgt hij: ‘Met woorden proberen muziek te duiden, is eigenlijk een belediging voor de muziek. Muziek vertelt over wat we met ons verstand niet kunnen begrijpen. Ik vind het heel moeilijk om over muziek te praten, elke componist heeft zijn eigen wereld, Mozart of Scriabine zijn niet te vergelijken. Hoe dan ook, een popconcert met vreselijk lawaai kun je geen muziek noemen.’

Eeuwigheid
Volodos is een groot bewonderaar van de muziek van Mompou. ‘Ik ontdekte hem pas laat, door een vriend in Barcelona. Mompou was een Catalaans impressionist en Musica callada, geschreven tegen het einde van zijn leven, heeft mij een totaal andere visie op zijn werk gegeven. Dat is eigenlijk zijn grootste meesterwerk. Hij was helemaal geobsedeerd door Zen, hij wilde de grens tussen stilte en klank uitbannen. De stilte is ook klank. Dat is een metafysisch idee, het is sonoriteit, eenzaamheid in muziek, niet gecomponeerd, maar ontstaan in de eeuwigheid. Iemand zei hem ooit dat hij zulke mooie stukken schreef, maar Mompou antwoordde dat hij eigenlijk niet componeert maar “descomponeert”. Hij brengt de muziek terug naar de essentie.’

Mysterie
Maar is dat niet ook met Schubert? ‘Dat zou je inderdaad van alle geniale muziek kunnen zeggen,’ antwoordt Volodos en met de hem typerende bescheidenheid voegt hij eraan toe: ‘maar dat is niet aan mij. Ik ben geen genie en ik ken ook het mysterie van het genie niet, ik kan daar niet over spreken. Hoe Schubert erin slaagde om in zo’n korte tijd al die fantastische sonates, liederen en strijkkwartetten te schrijven is een werkelijk mysterie. Beethoven deed een jaar over zijn Hammerklaviersonate, Schubert werkte veel sneller. Het langzame deel van het strijkkwintet is mijn favoriet. Het is de mooiste muziek denkbaar.’
Arthur Rubinstein wilde die muziek op zijn begrafenis… Volodos knikt: ‘Dat begrijp ik, voor mij is het zijn meest essentiële werk dat hij de wereld heeft gegeven.’

Wonderen
Het gesprek komt op de rol van de interpreet. ‘Je bent als vertolker maar een klein schakeltje. Rachmaninoff en Liszt waren pianist én componist, en ook nog dirigent! Nu is dat allemaal verdwenen, net zoals de kunst van het improviseren. Liszt deed dat aan het slot van zijn concerten, nu is dat moeilijker in te passen.’
Is hij niet te bescheiden? Volodos: ‘Rachmaninoff was heel bescheiden! Hij gaf Horowitz de vrije hand bij diens bewerking van zijn tweede sonate en hij vroeg zelfs aan Josef Hofmann om hem les te geven toen hij het eerste pianoconcert van Tchaikovsky moest spelen. Er is nooit iemand groter geweest dan Rachmaninoff. Prokofiev haatte zijn muziek, maar is er wel door beïnvloed. Ook Scriabine was een geweldige pianist, maar er zijn helaas weinig opnames en die zijn bovendien van slechte kwaliteit. Tijdens concerten was hij altijd zeer nerveus en pas bij de toegiften kon hij laten zien wie hij werkelijk was. Dan kon hij wonderen verrichten waarmee je hem zijn zwaktes kon vergeven. Met Sofronitzsky, ook al een magisch pianist, was het precies zo. Ook hij werd tijdens een concert steeds beter en beter.’

Poëzie
Toegiften zijn een probleem voor Volodos. Wat moet je nog spelen na twee sonates van Schubert? ‘Een van de Klavierstücke van Brahms zoals gisteren werkt goed, en Vivaldi speel ik altijd speciaal voor meneer Riaskoff!’ De manager knikt instemmend: ‘Ik ben daar heel blij mee, het is pure poëzie en het is heel mooi om daarmee afscheid te nemen.’
De virtuoze transcripties waarmee Volodos vroeger de zaal op z’n kop zette interesseren hem nu niet meer. ‘Die wereld van mijn jeugd ligt nu ver achter me. Soms komen jonge pianisten na een concert naar me toe en vragen ze me de partituur te tekenen… Maar ik haat die muziek nu echt en ik vind het heel verdrietig dat heel veel pianisten vandaag mijn Turkse Mars spelen. Ik vind dat ze hun eigen transcripties moeten maken.’
Tijdens zijn komende recitals gaat hij weer Russisch repertoire spelen. ‘Ja dat is belangrijk voor me na vijf, zes jaar alleen maar Duitse componisten op mijn programma’s.’
Ook de bewerking van het langzame deel van de cellosonate van Rachmaninoff. ‘Dat heb ik gemaakt toen ik met Frans Helmerson een recital gaf in Verbier. Ik improviseerde over dat thema en in een uur was het klaar. Als de inspiratie er is gaat het heel snel, je kunt het niet dwingen. Dat is trouwens een totaal ander type transcriptie, wel waardevol, net zoals liederen van Mompou, Rachmaninoff en Tchaikovsky. De Turkse Mars is een grap.’
In zijn jonge jaren maakte Volodos ook indruk met de transcripties van Horowitz. ‘Ik speelde ze op het gehoor, nu hoor ik ze vaak gespeeld met veel fouten noten, iemand heeft ze niet goed opgeschreven. Het is een belediging voor Horowitz, hij zou er niet gelukkig mee zijn.’
Heeft hij Horowitz ontmoet? ‘Nee, wel zijn producent, Thomas Frost, die ook mijn eerste CD produceerde. Ik speelde Horowitz’ Carmen transcriptie, maar we moesten op de CD zetten: ‘naar Horowitz’. Wanda Toscanini, de weduwe van Horowitz, leefde nog en Horowitz vond het kennelijk niet fijn als anderen zijn transcripties speelden.’
Die transcripties brachten wel zijn carrière op gang. ‘Ik had een ontzettend leuk en relaxed leventje in Spanje. Altijd met vrienden, buiten in de zon. Student zijn in Spanje is het mooiste wat je je kunt voorstellen. En van dat paradijselijk leventje werd ik opeens gedropt in Pittsburgh, Minneapolis, Baltimore, New York, al die steden leken op elkaar, er was geen internet, geen skype. Het ging opeens heel snel en ik wilde helemaal geen carrière. Het was heel moeilijk. Ik speelde alleen virtuoze stukken, het ene concert na het andere, tot ik in 2003 heb gezegd dat ik nooit meer naar de VS wilde. Ik ben er al 15 jaar niet meer geweest en ik ben heel gelukkig.’

Tranen
Het enige dat hem misschien nog aan dat slavenbestaan herinnert is het maken van opnames? ‘Dat is altijd zeer moeilijk. Ik heb zes dagen nodig voor een CD en het is echt een bevalling, elke cd is voor mij een lijdensweg. Ik zeg altijd dit is mijn laatste! Je mist de adrenaline, de uitwisseling met het publiek, een cd is een klinische radiografie.’ Friso Verschoor, de producer van de serie Meesterpianisten arriveert om Volodos richting Schiphol te brengen. ‘Ach ja, ik moet mijn koffer nog pakken.’
Maar het gesprek komt weer op Schubert en Volodos blijft rustig zitten. ‘Hij is een mirakel. Hij was zo arm dat hij veel sonates met een gitaar heeft gecomponeerd en veel maakte hij niet af, hij vergat het gewoon. Toen hij ooit een van zijn liederen hoorde herkende hij het niet eens, “wie heeft dat geschreven vroeg hij”.’
Marco Riaskoff memoreert het eerste recital dat hij hoorde van Volodos in 1995, toen speelde hij nog de Vlucht van de hommel in de ongelooflijk virtuoze transcriptie van Cziffra.
Volodos maakt nog geen aanstalten om te vertrekken: ‘Ik heb voor Cziffra gespeeld maar wist toen nog niet wie hij was, totdat ik een cd van hem kreeg. “Mijn God, wat heb ik gemist,” dacht ik toen. Wij als eenvoudige studenten in Rusland kenden Richter, Gilels, Michelangeli, Cortot, maar verder niet zoveel pianisten. Ook Samson François kenden we niet.
Ik speelde voor Cziffra in een klein kerkje met een mooie akoestiek, een melodie van Rachmaninoff en de tweede Hongaarse Rhapsodie van Liszt. Hij had tranen in zijn ogen. Ik speelde Liszt heel open en briljant, net zoals Horowitz en hij zei: speel het niet te vrolijk het is sombere muziek. Hij had een heel droevig leven. Hij was heel belangrijk voor me in het begin van mijn carrière. Hij gaf me zijn vleugel. Het zijn kostbare en warme herinneringen.’
De tijd is voorbij, we vertrekken. Zou iemand de muzak weer hebben aangezet?

foto: Marco Borggreve

Tickets voor Arcadi Volodos’ recital >>

Naar Pianist Magazine >>

2018-12-13T18:02:50+00:00

This website uses cookies to improve your experience. We’ll assume you’re ok with this, but you can opt-out if you wish. Read our privacy statement here.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close