door Christo Lelie, 17 december 2019,

Op het Internet zijn diverse sites te vinden met overzichten van hedendaagse blinde pianisten. Opvallend is dat deze  vrijwel allemaal uit de jazz- of popmuziek afkomstig zijn. Van de hedendaagse klassieke meesterpianisten wordt er in die lijstjes steevast slechts één genoemd: de blindgeboren Nobuyuki Tsujii.  Deze 31-jarige Japanner maakt al een decennium lang internationale furore sinds hij in 2009 het prestigieuze Van Cliburn Concours ex aequo won. In Nederland was hij echter hoegenaamd niet bekend. Dat veranderde toen hij op zondag 15 december 2019 in de Grote Zaal van het Concertgebouw zijn Amsterdamse recitaldebuut maakte als invaller voor de geblesseerde Nelson Freire. Zoals al zo vaak gebeurd is in de serie Meesterpianisten, was de kennismaking met deze remplaçant een grote verrassing die om een vervolgoptreden roept: Tsujii liet met zijn gloedvolle vertolkingen van de vier Ballades en de vier Scherzi van Chopin een verpletterende indruk na.

Dat er zo weinig volblinde klassieke pianisten op de internationale podia te horen zijn, heeft meerdere oorzaken. Op de piano zijn de laagste en hoogste toets zo’n 120 cm van elkaar afgelegen en de virtuoze pianoliteratuur zit vol met grote sprongen. Een paar functionerende ogen zijn daarom nagenoeg onmisbaar. Ook het onder een dirigent concerteren is lastig zonder visueel contact. Daarnaast kan een blinde niet van blad spelen en moet zich daarom de partituren auditief en/of via het zeer complexe Braille-notenschrift eigen maken. Dan ligt het oor de visueel beperkte pianist veel meer voor de hand om zich in geïmproviseerde muziek te specialiseren. Vandaar dat blinde klassieke pianisten, in ieder geval aan de top, zo uiterst schaars zijn. In de vorige eeuw had Tsujii slechts één internationaal vermaarde voorganger: de op zeer jonge leeftijd blind geworden Hongaar Imre Ungár die in 1932, net als Tsujii een internationale pianowedstrijd won, namelijk het Chopin-concours in Warschau. In een verder verleden was het Mozarts tijdgenote Maria Theresia von Paradis die als blinde concertpianiste Europa aan haar voeten kreeg.

In onze tijd is Nobuyuki Tsujii is een unicum, een fenomeen. Hij geeft over de hele wereld recitals en voert pianoconcerten uit met de belangrijkste orkesten onder leiding van topdirigenten. Ook heeft hij faam als componist, onder meer van filmmuziek. De visuele wereld, die hij nooit gekend heeft, is dus een onbekende grootheid voor hem. Des te intenser is zijn muzikale wereld die hij met zijn tastbekwame vingers op de pianotoetsen naar buiten brengt.

Voordat Tsujii begint te spelen, dringt zijn blindheid zich op door de nogal onbeholpen manier waarop hij aan de arm van zijn begeleider over het podium loopt, wat al te diep voor het publiek buigt en door de obsessief repeterende bewegingen van zijn romp als hij zich op de pianokruk heeft genesteld en zijn oriëntatiepunt op het klavier zoekt. Zodra hij begint te spelen, komt Tsujii echter motorisch volledig tot rust en wordt hij als het ware de muziek zelve. Zijn pianistiek oogt en klinkt heel trefzeker en is gespeend van overbodige bewegingen. Een ‘voordeel’ lijkt ook dat Tsujii nooit de kans heeft gehad om in zijn jeugd overdreven theatraal gebarende pianisten te hebben gezien en te imiteren; hij heeft daardoor geen verkeerde gewoontes opgelopen. Tsujii heeft de meest doeltreffende techniek ontwikkeld waarbij zelfs de grootste sprongen zelden of nooit tot misslagen leiden.

Zodra Tsujii de eerste noten van Chopins Ballade nr.1 in g, opus 23 liet klinken, verdwenen mijn bijgedachten over zijn visuele handicap en ook de daaraan inherente bewondering voor zijn techniek. Als luisteraar werd je namelijk direct volledig meegenomen door zijn fascinerende vertelkunst. Zijn intense concentratie sloeg over op het ademloos luisterende publiek in de uitverkochte Grote Zaal van het Concertgebouw.

Met zijn vier Ballades schiep Chopin een nieuw genre in de pianomuziek. Hoewel de componist zich mogelijk liet inspireren door de literaire ballades van zijn landgenoot Adam Mickiewicz, liet hij over de achterliggende verhalen in de titels of elders niets los: de muziek zelf is het verhaal. Nobuyuki Tsujii bleek hier de ideale muzikale story-teller voor te zijn. Ieder van deze vier meesterwerken gaf hij een eigen kleur.

Van Chopin is bekend dat hij niet graag in grote zalen speelde, een zacht en verfijnd toucher had en voor alles de intimiteit zocht. Veel van zijn muziek moet vanuit die intentie gespeeld worden, zoals de Nocturne in cis, opus posth., die Tsujii als eerste toegift gaf. Chopins Ballades en vier Scherzi zijn echter allerminst intieme werken. Ze hebben een grootse allure en die gaf Tsujii in zijn imponerende vertolkingen er op sublieme wijze aan. Zijn toon was groot, met een behoorlijke nadruk op de melodieën in de rechterhand, maar werd nooit onbeheerst of grof. De wilde passages realiseerde hij in zeer hoge tempi die nog net haalbaar waren en waarin hij alle nootjes verstaanbaar tot klinken wist te brengen.

In de eerste twee Scherzi sloeg Tsujii mijns inziens iets te veel door in het benadrukken van de virtuoze, monumentale kant. Van oorsprong is een scherzo – de naam zegt het al – een lichtvoetig intermezzo in een verder dieper gravende sonate of symfonie. Tsujii’s vertolkingen hadden wat dat betreft iets lichter mogen zijn, maar feit is ook dat Chopin een dramatische twist aan het scherzo-genre heeft gegeven. Het verrukkelijke derde Scherzo in cis, opus 39, met het gewijde, steeds terugkerende koraalthema gevolgd door die heerlijke klankwatervalletjes en het rijpe Scherzo nr. 4 in E, opus 54 komen qua vertelkracht in de buurt van de ballades. Juist hierin overtuigde Tsujii het meest.

In zijn twee toegiften besloot Tsujii dit onvergetelijke debuutrecital, na Chopins Nocturne in cis, met Liszts Paganini-etude ‘La campanella’. Met al die gemene, vliegensvlugge sprongetjes in de rechterhand, lijkt dit geen blindenrepertoire. Hoewel Tsujii’s pinken inderdaad enkele toetsen miste, was zijn fantasievolle vertolking van dit werk fenomenaal. Het toonde dat Nobuyuki Tsujii niet alleen in Chopin groots is. Dit doet uitzien naar een vervolgoptreden van deze bijzondere kunstenaar in ons land.

Christo Lelie