door Wenneke Savenije, 6 november 2019, 

Op het podium doet hij denken aan Aleksei Karamazov, de jongste zoon uit de Gebroeders Karamazov van Dostojevski, die gelooft in waarheid, gerechtigheid en onsterfelijkheid. In het klooster wil Aleksei Gods wonderen doorgronden en zijn innerlijke krachten vertienvoudigen om de hemel op aarde te kunnen brengen. Niet dat de in Nizjni Novgorod geboren Daniil Trifonov (1991) een ‘geloofswaanzinnige’ is, maar met zijn sluike haren, baard en magere lijf heeft hij achter de vleugel wel de ascetische uitstraling van een monnik uit een Russisch klooster.

En net als Aleksei Karamazov heeft hij een heilige missie: met zijn onderzoekende geest doordringen tot de diepste betekenissen van de muziek om de schoonheid en wijsheid daarvan in fluïde manifestaties van klanken en kleuren tot uitdrukking te brengen. Voor de intens van muziek houdende Trifonov staat op het hoogste niveau musiceren gelijk aan de hemel op aarde brengen.

Bij de signeersessie na afloop van het concert blijkt ‘podiumreus’ Trifonov, in 2011 winnaar van zowel het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv als het Tsjaikofsky Concours in Moskou, in werkelijkheid een klein mannetje te zijn, tenger en een beetje verlegen. Maar wanneer ik hem complimenteer met zijn grandioze recital, begint hij meteen enthousiast te vertellen over de geweldige klank- en kleurmogelijkheden van de nieuwe Steinway Grand van Het Concertgebouw, het instrument waarop hij zojuist zijn uitzonderlijk lange solorecital heeft gespeeld. En over de Russische pianolerares die in Nederland woont en hem al twintig jaar volgt: ‘Ze is altijd bang dat ik teveel doe.’ Maar wie uit liefde en fascinatie voor zijn passie leeft, krijgt vleugels en wordt niet moe.

Zeker niet Trifonov, die zijn muzikale ontdekkingsreizen afwisselt met wandelen, yoga, qigong en zwemmen. Sterker nog: hij combineert zwemmen met Rachmaninoff studeren, door onder water de juiste bewegingen te oefenen voor de moeilijkste passages: ‘Het is heel belangrijk om geen enkele spanning toe te laten wanneer je piano speelt. Zelfs in de meest veeleisende technische passages moet de beweging van de handen natuurlijk zijn. En al klinkt het misschien een beetje vreemd, wat dat betreft kunnen we veel leren van de dieren. Zij gaan veel natuurlijker met hun lichaam om dan wij. Al onze spieren zouden betrokken moeten zijn bij elke afzonderlijke beweging die we maken: spanning ontstaat doordat we spierbewegingen kunstmatig van elkaar proberen te scheiden.’

Trifonov is behalve pianist ook componist en heeft onder meer een pianoconcert en een pianokwintet op zijn naam staan. In die muziek klinken de klokken van Rachmaninoff en de mysterieuze harmonieën van Scriabin door, bij uitstek de componisten die hem als jongetje de muziek introkken. Scriabin was en is nog steeds zijn lievelingscomponist: ‘Ik hou van de manier waarop hij naar de sterren reikt en het banale probeert te overstijgen.’ In zijn voor de helft met werken van Scriabin gevulde recital probeerde Trifonov hetzelfde te bereiken. Vlak van tevoren had hij zelfs nog een extra werk van Scriabin toegevoegd: Poème Tragique op. 34. Bij zijn programmakeuze houdt Trifonov geen rekening met de etiquette:  ‘Ik overleg mijn programma’s vaak met mijn leraar, Sergei Babayan. Op de een of andere manier wordt het altijd langer dan verwacht, en dan haal ik er bijna nooit meer iets uit. Het gaat mij om de zinvolle samenhang van de stukken.’ En zo weerspiegelde het uitdijende programma de kosmische aspiraties van zijn held Scriabin. Het publiek liet zich gewillig meevoeren.

Voor de pauze bewoog Trifonov zich met al zijn zintuigen op scherp door de wonderlijke klankwerelden van Scriabin, die in het begin nog nauw aansloot bij het idioom van Chopin. Aanvankelijk misschien iets teveel neigend naar de donkere klankkleuren van Rachmaninoffs romantische klankwereld, bewoog Trifonov zich naar het licht. Zijn spel werd mysterieuzer en gewichtslozer. In de door Trifonov grandioos vertolkte 8 Etudes op. 42 had Scriabin zijn mystieke bestemming bereikt. Moeiteloos slaagde Trifonov erin zijn soepele handen en vingers te laten multitasken, om de extase in mysterieuze sluiers van klanken en kleuren de zaal in te laten stromen, met als spiritueel eindstation de Sonate nr. 9, op. 68 ‘Zwarte Mis’, waarin de wild en ongeremd met de spooky noten meebewegende Trifonov op een bezeten medium begon te lijken. Het werd bijna eng, maar de als een glasheldere constructie uit de maalstroom van Scriabins geesteskinderen opstijgende Beethoven bracht verlichting. Zijn Sonate in As. Op. 110 werd door Trifonov met weidse tederheid in de langzame gedeeltes en frenetieke contrastwerking  in de snelle en contrapuntische passages uiteengezet.

Na de pauze had Trifonov opnieuw drie stukken toegevoegd uit de ‘Petite Suite’ van Alexander Borodin: nr. 1 Au Couvent, nr. 2 Intermezzo en nr. 6 Serenade . In deze stukken die nooit eerder in de Serie Meesterpianisten werden uitgevoerd, eerde Trifonov zijn land van herkomst met melancholiek klokgebeier, dwarrelende herfstbladeren en Latijnse ritmes.

Op Borodin volgde een weergaloze vertolking van Prokofievs Sonate nr. 8 in Bes, op. 84, waarin Trifonov opnieuw de Russische klokken liet beieren, gevolgd door de melancholieke dromen van het tweede deel en de diabolische turbulentie van het Vivace. Als eerbetoon aan zijn Russische voorvaderen eindigde Trifonov, getriggerd door een exceptioneel applaus, met twee eigen bewerkingen van Rachmaninoff: de meesterlijk getranscribeerde Vocalise, waarin Trifonov de sopraanstem heeft verlegd naar het register van de bariton, en deel 1 uit The Bells op. 35 (zilveren klokgelui), waarin behalve Rachmaninoff en Trifonov ook de geest van Tsjaikofsky rondwaarde. Zo eindigde de avond in briljant verklankte Russische nostalgie.

Wenneke Savenije