door Biëlla Luttmer , De Volkskrant, 26 maart 2019  ★★★★☆

Over het recital van Martha Argerich, zondagavond in het Concertgebouw, zijn minstens twee verhalen te vertellen: dat van de muziek en een persoonlijk verhaal over ouderdom en het gevecht daartegen. De Argentijnse pianolegende, 77 inmiddels, stapt niet meer in haar eentje een podium op. Ja, misschien nog een heel enkele keer in Lugano, op haar eigen festival. Dus liet ze zich voor haar recital in de serie Meesterpianisten vergezellen door haar voormalige echtgenoot en collega Stephen Kovatsjevitsj. Die had letterlijk zijn vingers stuk gestudeerd op Rachmaninovs Symfonische dansen voor twee piano’s, het werk dat de kroon op de avond had moeten worden. Hij moest zich afmelden voor het vingerbrekende virtuozenstuk maar was er wel voor de werken van Debussy, die technisch wat beter te behappen zijn voor een pianist op leeftijd. Voor Rachmaninov moest een paar uur voor het concert Lilya Zilberstein worden ingevlogen, een goede vriendin van Argerich.
Elkaars handen stevig vasthoudend stonden ze daar, voor een Grote Zaal die overstroomde van de fans. Bravo’s klonken al toen er nog geen noot was gespeeld – en inderdaad: het dwingt alleen al bewondering af als je met onvaste tred dit podium op durft te stappen.

De koppels Argerich-Zilberstein en Argerich-Kovatsjevitsj lieten elk een andere kant zien van het fenomeen Argerich. Met Zilberstein vlamde de waaghalzige vuurvreter op die zelfs bij de grootst mogelijke vingervlugheid nog een tandje bijzet. Met Kovatsjevitsj was er de fijnproever die in En blanc et noir, Debussy’s aangrijpende reflectie over de Eerste Wereldoorlog, onverwachte kleurschakeringen aanbracht.

Toen de laatste noot was uitgedoofd was er applaus, veel applaus. Én er was de achteloosheid van Kovatsjevitsj, die in zijn eentje naar de trap stiefelde, zijn voormalige echtgenote zonder de steun van een helpende arm achterlatend. Terugdenkend houdt dat je meer bezig dan de nog altijd respectabele muzikale prestatie van Martha Argerich.