fbpx

het seizoen 2019-2020

serie Meesterpianisten

bestel uw losse kaarten >
Recensies2019-10-09T16:50:44+01:00

Recensies 2019-2020

Blinde pianist Tsujii speelt virtuoos, maar zonder  spanningsboog

door Joost Galema, NRC Handelsblad,  16 december 2019 

De blinde pianovirtuoos Nobuyuki Tsujii laat Chopins muziek dolen in een wonderbaarlijk, maar bijna zuurstofloos universum. Wat ziet het innerlijke oog van een pianist die vanaf zijn geboorte blind is? De vraag drong zich op gedurende het recital van de 31-jarige Japanner Nobuyuki Tsujii. Om meer dan één reden, want deze man, die nooit een blik heeft kunnen werpen op de wereld buiten hem, componeert ook. Filmmuziek, nota bene. Zijn eerste stuk – geschreven op zijn twaalfde – draagt de titel Straathoek in Wenen. Welke krachten van verbeelding drijven hem voort? Voor ons, zienden, vormt Tsujii een mysterie. (meer…)

Opperste concentratie en vertelkunst in het pianospel van Nobuyuki Tsujii

door Christo Lelie, 17 december 2019,

Op het Internet zijn diverse sites te vinden met overzichten van hedendaagse blinde pianisten. Opvallend is dat deze  vrijwel allemaal uit de jazz- of popmuziek afkomstig zijn. Van de hedendaagse klassieke meesterpianisten wordt er in die lijstjes steevast slechts één genoemd: de blindgeboren Nobuyuki Tsujii.  Deze 31-jarige Japanner maakt al een decennium lang internationale furore sinds hij in 2009 het prestigieuze Van Cliburn Concours ex aequo won. In Nederland was hij echter hoegenaamd niet bekend. Dat veranderde toen hij op zondag 15 december 2019 in de Grote Zaal van het Concertgebouw zijn Amsterdamse recitaldebuut maakte als invaller voor de geblesseerde Nelson Freire. (meer…)

Nobuyuki Tsujii: verliefd op elke noot

door Elger Niels, de Nieuwe Muze 16 december 2019,

Hoe vervang je een onvervangbare pianist? Bij de serie Meesterpianisten hebben Marco Riaskoff en Friso Verschoor in dergelijke omstandigheden weleens vaker aanzienlijk succes geoogst door een evenzo onvergelijkbare collega in te zetten. Zo ook gisteren toen de 75 jarige, zachtmoedige Braziliaanse virtuoos Nelson Freire vervangen werd door de 31-jarige blinde Japanner  Nobuyuki Tsujii. (meer…)

Blinde virtuoos Tsujii verbaast, maar ontroert zelden

door Erik Voermans, Het Parool, 16 december 2019 

Tsujii maakte minder mis­slagen dan alle ziende collega’s in de serie Meesterpianisten van dit seizoen bij elkaar. Ongebruikelijk was ook dat er op het podium van het uitpuilende Concertgebouw heel veel extra stoelen waren neergezet om in de belangstelling te kunnen voorzien. Misschien kwam dit door het grote contingent Japanners dat op dit debuut was afgekomen. Nobuyuki Tsujii is dan ook wat je met recht ‘een fenomeen’ mag noemen. In 2009 won hij op zijn twintigste, met de zeventienjarige Chinees Haochen Zhang, de eerste prijs op het Van Cliburn Concours en sindsdien loopt zijn carrière op rolletjes. (meer…)

Het is de Japanse pianist Nobuyuki Tsujii om drama te doen 

door Merlijn Kerkhof, de Volkskrant, 16 december 2019, ★★★☆☆

Het lukt hem niet van zijn Chopin-vertolkingen een gedenkwaardig recital te maken. Aan de arm van een begeleider daalt Nobuyuki Tsujii, zeg maar Nobu, zondag de trap van het Amsterdamse Concertgebouw af. Als zijn linkerhand de rand van de piano heeft gevonden, maakt hij een diepe buiging. Dan wordt hij naar de kruk gedirigeerd. Hij voelt kort aan het toetsenbord om te weten waar hij zit, wiebelt wat, en voelt nog een laatste keer. Zijn hoofd schiet heen en waar in de openingsmaten van de Eerste ballade van Frédéric Chopin, die proto-impressionistische entree. Sluit je je ogen, dan zou je niet geloven dat Tsujii blind is. (meer…)

Behzod Abduraimov ongehoord en magisch in La Campanella van Liszt

door Wenneke Savenije, De Nieuwe Muze, 2 december 2019

In 2017 maakt de nu 29 jarige Behzod Abduraimov zijn overrompelende debuut in de Serie Meesterpianisten. Meteen werd hij omschreven als een oude ziel met een fluwelen toon, een groot pianotalent voor wie de vleugel geen geheimen kent, een unieke pianovirtuoos die ‘kwam, zag en overwon.’ Het Parool roemde Abduraimovs toucher in schilderachtige bewoordingen: ‘Wat een zoete, strelende, in het zachtste mousseline gehulde toon, die ook nog eens in diepe weemoed was gedrenkt en zong als een Russische nachtegaal die zijn moedertje mist.’ Het tweede solorecital van deze jonge hemelbestormer uit Tasjkent (Oezbekistan), die op zijn 18e de Gouden Medaille van het Von Cliburn Concours won,  kon bij voorbaat eigenlijk al bijna niet meer stuk.

Abduraimov had besloten het zichzelf niet gemakkelijk te maken: voor de pauze speelde hij de 24 Preludes opus 28 van Chopin, na de pauze Debussy’s Childrens Corner en tot besluit de Schilderijen van een tentoonstelling van Moessorgsky. Ik verheugde me vooral op Chopin, maar kwam gaandeweg tot de conclusie dat Abduraimovs fenomenale pianistiek het beste tot zijn recht kwam in Moessorgsky, met wiens verhalende muziek hij de meest natuurlijke affiniteit bleek te hebben. Vermoedelijk is hij er al van jongs af aan mee opgegroeid, want Abduraimov speelde de taferelen uit Moessorgsky’s Schilderijenparade alsof hij voorlas, of liever ‘voorzong’ uit zijn favoriete sprookjesboek.

Het was onmogelijk om niet aan zijn lippen te hangen terwijl hij uit de vleugel een compleet orkest toverde om de dwerg, de kuikentjes en Baba-Yaga in alle denkbare kleurschakeringen en dynamische sterktegradaties tot de verbeelding te laten spreken. Het klonk allemaal adembenemend spannend en schitterend van klank, of het nu de duistere tocht door de Parijse catacomben, het gekwetter van de marktvrouwen, het geruzie van de kinderen of het subtiele getik van de kuikensnaveltjes tegen de eierschalen betrof. De kleurrijke taferelen stroomden moeiteloos uit de Steinway, die voor de opmerkelijk ontspannen musicerende Abduraimov allesbehalve een moeizaam te bedwingen ‘gevaarte’ vormt. Hij ervaart de vleugel eerder als zijn beste vriend, bij wie hij zich volkomen op zijn gemak voelt, zodat er prachtige dialogen ontstaan die opdoemen, opbloeien en weer wegebben in de ruimte.

Toch was ik iets minder enthousiast over zijn instrumentaal gezien al even weergaloze vertolking van de 24 Preludes van Chopin. Abduraimovs fluwelen klank neigt naar donker-rode aardetinten, die je eerder bij Rachmaninoff dan bij Chopin zou verwachten. Het was een beetje alsof de verfijnde poëzie van de overgevoelige Chopin bedolven raakte onder een sonoor resonerende ‘roomsaus’ van gulle zangerigheid, die wel bewondering afdwong maar niet werkelijk wist te ontroeren. Hier zou wat meer overkoepelende architectuur, scherpere contrastwerking, oog voor detail en helderheid in klankkleuren en fraseringen op zijn plaats zijn geweest. Chopin klonk naar mijn smaak te rondborstig en in zekere zin te ‘gemakkelijk’.

Debussy’s Childrens Corner bevond zich precies tussen beide uitersten in. Abduraimov liet hierin meer persoonlijks horen en verleende ieder deel zijn eigen karkateristiek. Maar het was ondanks al zijn pianistisch raffinement toch niet volledig overtuigend. De sneeuwvlokjes klonken net wat te blozend en welluidend van klank om associaties met sterretjes van ijs op te roepen, terwijl het onhandige olifantje vloeiender voortbewoog dan Debussy’s partituur lijkt aan te willen geven. Het klonk allemaal prachtig, maar de lichtvoetige puurheid van de in een fantasiewereld vertoevende kinderziel bleef uit, omdat Abduraimovs gulle pianistiek in het aardse bleef hangen en voor een droomwereld de transparantie en verfijning miste.

Maar toen gebeurde er na de eerste toegift – de warmbloedig en zangerig vertolkte Lullaby van Tsjaikofski/Rachmaninoff- een wonder: Abduraimov koos La Campanella van Liszt als tweede toegift en deed daarin zulke ongehoord prachtige en geraffineerde dingen, dat hij het hele recital ook met terugwerkende kracht naar een ongekend hoog niveau trok: wie zo aristocratisch en tegelijkertijd sensueel Liszt kan spelen, zo schitterend van klank, zo elegant en vloeiend van lijn, zo joyeus en tintelend qua ‘belletjes’, is een tovenaar aan de piano.