fbpx
Single tickets available

the new season is out!

Master Pianists series 2019-2020

Reviews2019-03-25T19:52:00+01:00

Reviews

*only available in Dutch!

Nobuyuki Tsujii at the Southbank Centre: an extraordinary performance by any standards

door  Michael Church, The Independent

Nobuyuki Tsujii was born blind 30 years ago, but a phenomenal talent for music has ensured that he won every prize going in Japan before reaching his apotheosis with a joint win in the Van Cliburn competition in 2009. On the back of that, and despite his handicap, he’s built a fine career as a recording artist and – increasingly – as a recitalist. He’s given concerts in London, each time coming successfully through, but I’ve always felt the need to make some allowances. (more…)

Behzod Abduraimov ongehoord en magisch in La Campanella van Liszt

door Wenneke Savenije, De Nieuwe Muze, 2 december 2019

In 2017 maakt de nu 29 jarige Behzod Abduraimov zijn overrompelende debuut in de Serie Meesterpianisten. Meteen werd hij omschreven als een oude ziel met een fluwelen toon, een groot pianotalent voor wie de vleugel geen geheimen kent, een unieke pianovirtuoos die ‘kwam, zag en overwon.’ Het Parool roemde Abduraimovs toucher in schilderachtige bewoordingen: ‘Wat een zoete, strelende, in het zachtste mousseline gehulde toon, die ook nog eens in diepe weemoed was gedrenkt en zong als een Russische nachtegaal die zijn moedertje mist.’ Het tweede solorecital van deze jonge hemelbestormer uit Tasjkent (Oezbekistan), die op zijn 18e de Gouden Medaille van het Von Cliburn Concours won,  kon bij voorbaat eigenlijk al bijna niet meer stuk.

Abduraimov had besloten het zichzelf niet gemakkelijk te maken: voor de pauze speelde hij de 24 Preludes opus 28 van Chopin, na de pauze Debussy’s Childrens Corner en tot besluit de Schilderijen van een tentoonstelling van Moessorgsky. Ik verheugde me vooral op Chopin, maar kwam gaandeweg tot de conclusie dat Abduraimovs fenomenale pianistiek het beste tot zijn recht kwam in Moessorgsky, met wiens verhalende muziek hij de meest natuurlijke affiniteit bleek te hebben. Vermoedelijk is hij er al van jongs af aan mee opgegroeid, want Abduraimov speelde de taferelen uit Moessorgsky’s Schilderijenparade alsof hij voorlas, of liever ‘voorzong’ uit zijn favoriete sprookjesboek.

Het was onmogelijk om niet aan zijn lippen te hangen terwijl hij uit de vleugel een compleet orkest toverde om de dwerg, de kuikentjes en Baba-Yaga in alle denkbare kleurschakeringen en dynamische sterktegradaties tot de verbeelding te laten spreken. Het klonk allemaal adembenemend spannend en schitterend van klank, of het nu de duistere tocht door de Parijse catacomben, het gekwetter van de marktvrouwen, het geruzie van de kinderen of het subtiele getik van de kuikensnaveltjes tegen de eierschalen betrof. De kleurrijke taferelen stroomden moeiteloos uit de Steinway, die voor de opmerkelijk ontspannen musicerende Abduraimov allesbehalve een moeizaam te bedwingen ‘gevaarte’ vormt. Hij ervaart de vleugel eerder als zijn beste vriend, bij wie hij zich volkomen op zijn gemak voelt, zodat er prachtige dialogen ontstaan die opdoemen, opbloeien en weer wegebben in de ruimte.

Toch was ik iets minder enthousiast over zijn instrumentaal gezien al even weergaloze vertolking van de 24 Preludes van Chopin. Abduraimovs fluwelen klank neigt naar donker-rode aardetinten, die je eerder bij Rachmaninoff dan bij Chopin zou verwachten. Het was een beetje alsof de verfijnde poëzie van de overgevoelige Chopin bedolven raakte onder een sonoor resonerende ‘roomsaus’ van gulle zangerigheid, die wel bewondering afdwong maar niet werkelijk wist te ontroeren. Hier zou wat meer overkoepelende architectuur, scherpere contrastwerking, oog voor detail en helderheid in klankkleuren en fraseringen op zijn plaats zijn geweest. Chopin klonk naar mijn smaak te rondborstig en in zekere zin te ‘gemakkelijk’.

Debussy’s Childrens Corner bevond zich precies tussen beide uitersten in. Abduraimov liet hierin meer persoonlijks horen en verleende ieder deel zijn eigen karkateristiek. Maar het was ondanks al zijn pianistisch raffinement toch niet volledig overtuigend. De sneeuwvlokjes klonken net wat te blozend en welluidend van klank om associaties met sterretjes van ijs op te roepen, terwijl het onhandige olifantje vloeiender voortbewoog dan Debussy’s partituur lijkt aan te willen geven. Het klonk allemaal prachtig, maar de lichtvoetige puurheid van de in een fantasiewereld vertoevende kinderziel bleef uit, omdat Abduraimovs gulle pianistiek in het aardse bleef hangen en voor een droomwereld de transparantie en verfijning miste.

Maar toen gebeurde er na de eerste toegift – de warmbloedig en zangerig vertolkte Lullaby van Tsjaikofski/Rachmaninoff- een wonder: Abduraimov koos La Campanella van Liszt als tweede toegift en deed daarin zulke ongehoord prachtige en geraffineerde dingen, dat hij het hele recital ook met terugwerkende kracht naar een ongekend hoog niveau trok: wie zo aristocratisch en tegelijkertijd sensueel Liszt kan spelen, zo schitterend van klank, zo elegant en vloeiend van lijn, zo joyeus en tintelend qua ‘belletjes’, is een tovenaar aan de piano.

Een dreigende en kraakheldere Perahia

Het professionele pianistencircuit herbergt een keur aan flamboyante, vingervlugge virtuozen. Zeldzamer is de intellectuele pianist-architect, de expert van de spanningsboog, de dragende melodielijn en de harmonische fundering. Ziehier Murray Perahia. In Riaskoffs serie Meesterpianisten speelde hij zondag onder meer Beethovens laatste pianosonate. Voor onvermoeibare structuurvorsers als Perahia is Beethovens Opus 111 dankbaar materiaal, al was het maar omdat de klassieke sonatevorm er tot het uiterste wordt opgerekt. (more…)

Boris Giltburg speelt kameleontisch spel met contrasten

door Joep Christenhusz, 7 oktober 2019, NRC Handelsblad.   Liszt: ●●    Rachmaninov: ●●●

foto Sasha GusovDe Russisch-Israëlische pianist Boris Giltburg maakte zondag zijn debuut in de serie Meesterpianisten. In de koffer onder meer Liszts integrale Études d’execution transcendante. Trip trip. Met soepele tred dribbelt Boris Giltburg de lange trap van het Concertgebouw af. De Russisch-Israëlische pianist speelde vaker in de Grote Zaal, maar deze afdaling moet toch bijzonder zijn. Niet eerder maakte hij zijn opwachting in ‘Meesterpianisten’. Met Giltburgs debuut opende zondag het 33e seizoen van de exclusieve pianoserie. Dertien zondagen per jaar tovert impresariaat Riaskoff het Concertgebouw om tot klaviertempel: gedimd licht, gewijde stilte, ijzeren repertoire. De lijst met halfgoden die sinds 1987 een – vaak onvergetelijk – recital kwamen geven, beslaat inmiddels meer dan honderd namen. (more…)

Boris Giltburg of Études d’exécution transparente

door Elger Niels, 7 oktober 2019,

Kun je na een pianorecital waarop voor de pauze Liszts 12 Études d’exécution transcendante en Rachmaninoffs 13 Preludes opus 32 nog hongeren naar nog meer noten? Ik had het niet van mijzelf verwacht, maar toen Boris Giltburg gisteren als eerste toegift Schumanns Arabesk inzette en we in de epiloog de volmaakt gepolijste discant uit de Fazioli van Evert Snel Piano’s – Vleugels BV hoorden verklinken in de Grote Zaal van het Het Concertgebouw Amsterdam was het zo ver dat ik er persoonlijk geen enkel bezwaar tegen zou hebben gehad om de nacht door te halen met Schumann, Schubert, Mendelssohn, Bach en zeker ook Debussy en Ravel in deze zaal door deze pianist op deze prachtige concertvleugel. (more…)

Imponerend debuutrecital van Boris Giltburg 

door Christo Lelie, 8 oktober 2019,

Franz Liszt geldt als de grootste pianovirtuoos en pianistische vernieuwer van de negentiende eeuw. Met zijn ‘12 Études d’exécution transcendante’ liet hij een staalkaart na van wat hij ij de loop der jaren als pianovirtuoos allemaal aan revolutionaire pianotechnieken had ontwikkeld. Daarin was hij onnavolgbaar. Slechts weinig pianisten durven het daarom ook tegenwoordig nog aan om de complete set van twaalf etudes in het openbaar te spelen; en als zij het doen weten zij zelden in alle etudes te overtuigen. Het publiek blijft maar al te vaak teveel getuige van een worsteling met al die moeilijke noten. Minstens zo kwalijk is het echter als die noten er wel feilloos uitkomen, maar in een uitvoering waarin de pianist niet weet door te dringen in Liszts fantasie. Want deze etudes zijn beslist geen oefenstukken maar muzikale verhalen. (more…)