door Wenneke Savenije, 8  november 2018  

Via de manager van de door het Nederlandse muziekleven geëxcommuniceerde Daniele Gatti, tot voorkort chefdirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, raakte Marco Riaskoff drie jaar geleden geïnteresseerd in het aristocratische pianospel van de Italiaanse pianist Roberto Cominati (Napels, 1969). Hij beluisterde diens dubbel-cd met fiijnzinnig gespeelde muziek van Ravel (2012) en ging voor de bijl. Last minute vroeg hij Cominati in te vallen voor de Cubaanse maestro Jorge Luis Prats, de bloedmuzikale ‘hofnar’ van de Serie Meesterpianisten, die door ziekte verstek moest laten gaan. Het werd een succes.

Cominati speelde diverse stukken van Ravel en, bij wijze van eerbetoon aan Prats, ook in sneltreinvaart ingestudeerde Spaanse muziek van Albéniz, De Falla en Granados. Dat deed hij met fantasie en grandeur. In het Parool werd zijn optreden een droomrecital genoemd ‘Hij speelt zo prachtig, en met zo veel smaak, pure muzikale fantasie en beheersing, dat je van een openbaring kunt spreken.’
Afgelopen zondag keerde Cominati, die in het dagelijkse leven behalve pianist ook Boeing 737-piloot is bij Alitalia, terug in de Serie Meesterpianisten met een prachtig opgebouwd recitalprogramma: voor de pauze Bach-bewerkingen van Leoplold Godowsky, Ignaz Friedman en Ferrucio Busoni, na de pauze werken van Ravel. Dat Cominati het voor elkaar krijgt om een leven als professioneel piloot succesvol te combineren met een leven als kwalitatief hoogwaardige pianist, verdient alle bewondering.
Zelf doet Cominati er heel nuchter over: ‘Ik studeer al piano vanaf mijn vijfde, maar als jongetje was vliegen mijn grote passie. Toen ik 18 was haalde ik mijn eerste vliegbrevet. Daarna nam de piano het over. Toen ik in 1993 de Ferrucio Busoni Piano Competition had gewonnen, kreeg ik ineens veel concerten. Maar dat vliegen bleef kriebelen. Bovendien kon ik er slecht tegen dat je als pianist soms heel veel en dan weer weken bijna niets te doen hebt. Ik wilde me niet helemaal afhankelijk voelen van impresario’s en concertzalen. Ik wil graag in beweging blijven om niet lui te worden. Op mijn 33e besloot ik door te studeren voor gezagvoerder op de Boeing 737. Vier jaar later haalde ik mijn diploma. Sindsdien combineer ik vliegen met pianospelen. In elke stad waar ik als piloot aankom, vind ik wel een conservatorium of een muziekschool om piano te studeren, vaak wel 7 uur per dag. Ik hou van de vrijheid om overal heen te kunnen vliegen, want als piloot vlieg je gratis.’


Mogelijk was het een bevooroordeelde observatie, maar Cominati liep snel, elegant en doelgericht op de vleugel af alsof hij met zijn pilotenkoffertje op weg was naar de cockpit. Hij gunde zichzelf nauwelijks tijd om op de pianokruk te gaan zitten, drukte het pedaal in en vloog er gelijk vandoor in de meanderende notenmassa’s van Godowsky’s bewerking van Bachs Cellosuite nr. 2 in d, BWV 1008, waaruit de originele cellostem steeds opduikt als een dolfijn die uit het water opspringt om zich vervolgens weer mee te laten voeren door de waterstromen. Zelf zat ik op het Zuidbalkon, ver genoeg van het podium af om een optimaal uitgekristalliseerd klankenpalet aangereikt te krijgen. Wat mede door de akoestiek dicht bij het podium dermate wollig en romantisch resoneerde, dat het volgens sommige kenners vooraan in de zaal op een enigszins ongenuanceerde brij begon te lijken, klonk op het balkon vooral beweeglijk, beschaafd gefraseerd en elegant gedecoreerd, al dreigde de hoofdstem af en toe ten onder te gaan in de woeste golven van Godowsky’s omspelingen.
Daarna veranderde het Concertgebouw in een bioscoop voor iedereen die ooit fan was van Disney’s Fantasia. Net als Leopold Stokowski opteerde Cominati voor een magistrale opening van de door Friedman bewerkte Toccata & Fuga in d van Bach, met veel sonoriteit en een waaier aan exorbitante klankkleuren, want dit stuk is per slot van rekening eigenlijk gecomponeerd voor een orgel. Maar op het Adagio volgde een transparanter gearticuleerde Fuga, waarin Cominati op verfijnde wijze lichtstralen door de structuur liet schijnen.


In de daarop volgende Chaconne uit de Tweede Partita in d voor viool solo, uitgevoerd in de zwaar-romantische bewerking van Busoni, schemerden in het naar het aristocratische en enigszins afstandelijke neigende pianospel van Cominati voor de goede verstaander heftige emoties door. Met grote contrasten in tempi en dynamiek, liet hij de hoofdstemmen plechtig en dramatisch Bachs verhaal vertellen, waarbij hij in de tweede helft van het stuk de ‘vliegende’ arpeggio’s hun intrede liet doen met een tederheid en verfijning dat het wel leek alsof ergens heel hoog in de lucht de engelen op harpen speelden.
Was Cominati tijdens zijn Bach-vertolkingen voor de pauze wellicht nog enigszins in de greep van nervositeit en mogelijk ook onwennigheid met de overweldigende akoestiek van de Grote Zaal, na de pauze raakte hij optimaal op dreef in zijn elegante en transparante vertolking van Ravels Le Tombeau de Couperin, waarin zijn spel beter uitgebalanceerd klonk, met heldere fraseringen, ingetogen dansritmes en kleurrijke harmonische progressies.
De plastisch verklankte waterdruppels in Ravels Jeux d’eau krinkelden en winkelden, formeerden zich tot cirkels, golven en woeste stromen en ebden weer weg aan de einder, met de ‘meditatief’ getinte klankverfijning die Cominati hoorbaar is bijgebracht door zijn belangrijkste leraar: de onvergetelijke Aldo Ciccolini (1925-2015).
Ook Ravels La Valse kreeg van Cominati vleugels, maar dan wel op zijn Italiaans: hier klonk niet de decadente, apocalyptische sfeer van een bal tijdens het Weense fin de siècle, maar eerder een decadente Romaanse balkonscene uit Le Grande Belezza van Sorrentino. Er zijn wellicht grotere piano-architecten en meesterpianisten met intensere emotionele zeggingskracht, maar Cominati heeft een nobele verbeeldingskracht en ook een verfrissende ‘egoloze’ vaart in zijn pianospel, die hem toch tot een bijzondere pianist maken. Dat bleek ook uit zijn originele toegiften: een fraai zingende Moskowski-bewerking van Händels ‘Lascia ch’io pianga’ uit de opera Rinaldo en het ragfijn gespeelde Le Tic Toc Choc van Courperin.

Wenneke Savenije