door Frederike Berntsen, TROUW,  15 mei 2019  ★★★★☆

Wanneer je Grigory Sokolov vraagt om te komen spelen, krijg je een tweede recital erbij cadeau. Het publiek is dol op de man en klapt de handen stuk, de pianist gaat er gretig op in en schudt de ene na de andere toegift uit z’n mouw. De teller stond op zes en er reden al minder trams toen Sokolov besloot niet meer terug te keren naar het podium. Sokolov is dan ook een musicus die van de live-beleving houdt en zijn toehoorders graag trakteert. De magie van het concert, van de avond, is wat hij wil delen. Zijn opnames zijn steevast concertregistraties. 

Het is alweer 27 jaar geleden dat hij inviel voor de geblesseerde Alfred Brendel. Sindsdien is Sokolov vaste gast in de serie Meesterpianisten van organisator Marco Riaskoff. En leek het maar zo, of waren de zaallichten in het Concertgebouw extra gedimd?
In het bijna-duister was de vleugel nog net te ontwaren, ook Sokolov zelf kon toe met een flauw schijnsel.

Wondere wereld

Wie bereid is om de wondere wereld van Grigory Sokolov binnen te stappen, heeft het concert van z’n leven. De klankwolk waarin de 69-jarige Rus het podium hult, werkt bedwelmend, met die kanttekening dat de roes de verschillen tussen de componisten zachtjes naar de achtergrond bant.

Vaak houdt Sokolov zijn handen hoog boven de toetsen, zijn vingers nemen een duikvlucht, de afstand van boven naar beneden is immens, en toch is de landing perfect. Of er nu een luide of een iets zachtere toon moet klinken, uitgekiender kan een aanslag niet zijn. Brahms’ ‘6 Klavierstücke opus 118’ gingen naadloos over in de vier stuks ‘opus 119’. De ene, grote organische beweging maakte dat je bijkans verdwaalde in de delen.

Welterusten

Het ene moment trekt Sokolov een kathedraal van geluid op, het andere strooit hij elfjesachtige noten de zaal in. Alle mogelijke tussensferen weet hij ook te schilderen. En toch, een statement, een zekere strengheid in Beethovens ‘Derde pianosonate’ waardoor de adem stokt van ontzag, bleef uit.

In de ‘11 neue Bagatellen opus 119’ van diezelfde componist kuste Sokolov de zaal welterusten. Feeërieke speeldoosjesklanken betoverden het gemoed. Sokolovs spel is als een droom: echt waar en toch ongrijpbaar. Misschien zorgde dat wel voor het net niet vervulde verlangen na afloop.