door Christo Lelie, 28-01-2020,

foto: Irène Zandel

Recitals in de serie Meesterpianisten worden in de regel gekenmerkt door programma’s, bestaande uit louter bekende werken uit de klavierliteratuur. Omdat dit repertoire door toppianisten wordt uitgevoerd zijn deze concerten alleszins interessant en voorzien ze in een behoefte. Er is echter een massa pianomuziek gecomponeerd die nooit de status van ijzeren repertoire heeft bereikt en daardoor zelden in grote zalen klinkt, maar die zeker de moeite waard is.

Juist zulke onbekende composities kunnen alleen maar ‘landen’ in de beste vertolkingen door grote, voor deze composities bevlogen musici. Die wagen zich daar echter zelden aan, wetend dat concertorganisatoren er niet erg happig op zijn: onbekend maakt onbemind bij het grote publiek en een lege zaal is ene dure grap.

Severin von Eckardstein is een van de weinige pianomeesters die het wél aandurft om regelmatig totaal onbekende stukken op zijn recitals te spelen. Dat deed hij ook zondag 26 januari in Amsterdam. En ja, de Grote Zaal van het Concertgebouw was wat minder goed bezet dan gewoonlijk, maar de thuisblijvers hadden ook dit keer ongelijk.

Het onbekende werk dat een groot deel van zijn programma besloeg, was de omvangrijke, tiendelige cyclus ‘La maison dans les dunes’ (Het huis in de duinen) van Gabriel Dupont (1878-1914). De naam van deze Franse componist zegt zelfs vele echte muziekkenners helemaal niets. Hij lijkt totaal vergeten. Dat komt deels doordat de jong gestorven Dupont een zeer zwakke gezondheid had, waardoor hij nauwelijks in de openbaarheid kon treden. Bovendien zijn Duponts technisch en muzikaal veeleisende composities minder vernieuwend én toegankelijk dan die van zijn tijdgenoten, zoals bijvoorbeeld Debussy, Ravel of Rachmaninov. Ze komen alleen tot hun recht onder de handen van een virtuoos die in staat is ze alle kleur en emotionele lading te geven die erin verborgen ligt. Zo’n gedreven en inlevende ambassadeur voor Dupont is Severin von Eckardstein, zo bleek in zijn indrukwekkende recital.

Duponts cyclus is een tegelijk impressionistisch én expressionistisch egodocument waarin hij, zelf constant strijdend tegen de dood een dag beschrijft die hij doorbrengt in een huis aan de duinen te Arachon, een plaatsje aan de zuidwestkust van Frankrijk. In de tien delen, die poëtische titels hebben, verklankt hij prachtig wat hij mee- en doormaakt, vanaf een heldere morgen tot en met de nachtelijke sterrenpracht en de door de wind opgestuwde golven (‘Houles’). Duponts stijl neigt naar het impressionisme van Debussy, maar wortelt nog meer in de late romantiek, zoals die ook te vinden is in de werken van de Rus Nikolai Medtner. Tot de verbeelding sprekende, zingbare melodieën, zijn niet zijn terrein. Des te meer gebeurt er in de harmonieën en pianistische kleuren. Het was werkelijk geweldig hoe fraai Von Eckardstein Duponts verhalen als het ware wist na te vertellen. Prachtig waren bijvoorbeeld de verschillende soorten regenbuien die te horen waren in ‘Mont frère le Vent en ma soeur la Pluie’ (Mijn broer de Wind en mijn zuster de Regen). Von Eckardsteins gelaagde pianospel wekte de indruk dat hij met gekleurde spots steeds andere facetten van Duponts muziek uitlichtte. Te midden van de pianistisch complexe delen, was de klare, lyrische zanglijn in deel 9, ‘Clair d’étoiles’, een moment van immense schoonheid.

Severin von Eckardstein was zijn recital begonnen met muziek die wél erg beroemd is, maar niet in deze versie voor pianosolo: de ‘Prélude à l’après-midi d’un faune’, het verrukkelijke orkestwerk van Claude Debussy. Hij speelde het in de pianotranscriptie van Vyacheslav Gryaznov. Hoe geraffineerd deze het werk ook vertaald heeft naar de piano en hoe gedifferentieerd Von Eckardstein het ook speelde, deze bewerking kan niet tippen aan de kleurrijke en zinderende instrumentatie die deze statische muziek in de oorspronkelijke orkestversie zo toverachtig en bekoorlijk maakt.

Na de pauze greep Von Eckardstein terug naar bekend, romantisch repertoire. Chopins Polonaise-Fantasie in As, opus 61, speelde hij overwegend in een lyrische, improvisatorische en lichte toon. Des te overweldigender waren de dynamische climaxen, waarin de polonaise in volle kracht opbloeit.

Heel veel te beleven en genieten was er ten slotte in Von Eckardsteins gave uitvoering van de complete ‘Davidsbündler Tänze’, opus 6 van Robert Schumann. Hierin, maar ook in al het andere wat hij deze avond ten gehore had gebracht, demonstreerde Severin von Eckardstein dat bij hem techniek, fantasie en noblesse hand in hand gaan.

Toegiften waren het dansante ‘Lyrical fragment’, opus 23 nr. 3 van Medtner en Prokofjevs hamerende ‘Suggestion diabolique’, opus 4 nr. 4, de laatste toevalligerwijs hetzelfde hartige toetje waarop eerder in dit seizoen ook Boris Giltburg zijn publiek getrakteerd had in deze serie.